"Veel techniek en positionele pass- en trapvormen maakten hem tot de speler die hij nu is!"

YBRO Sports Writing
  •  Vrijdag 6 juni 2014 om 13:56   •  Februari 2014   •  Jeugdvoetbal

De opleiding van Rode Duivel Kevin De Bruyne bij Racing Genk

Rode Duivel Kevin De Bruyne speelt momenteel de pannen van het dak op het internationaal platform. De Gentenaar begon zijn jeugdopleiding bij KVV Drongen en AA Gent, waar hij al op zijn twaalfde werd weggeplukt door Racing Genk. Jeugdtrainers Peter Reynders, Domenico Olivieri en Michel Ribeiro kneedden hem mee tot de bepalende speler die hij nu is. "Maar het is ook voor ons een verrassing dat hij nu al bij Chelsea zit", klinkt het in de Cristal Arena.

Photonews, Kevin De Bruyne van KRC Genk en Bernd Thijs van KAA Gent

Peter Reynders, momenteel trainer van de U13 bij Genk, kende De Bruyne al van in zijn periode bij Gent.

Peter Reynders: "De scouting wist dat hij daar wat problemen had en ook zijn ouders stonden open voor een nieuwe weg voor Kevin. Hij was toen al iemand met een uitzonderlijk spelinzicht en voetbalintelligentie, maar op mentaal vlak was er nog veel werk aan. Zijn gedrevenheid en de wil om zijn doel te bereiken, waren erg groot. Bij Genk is het plan voor ieder talent in de jeugdopleiding identiek: de speler op ieder vlak beter maken en zijn specifieke kwaliteiten vooral goed laten ontwikkelen, zowel op technisch, tactisch, fysiek als mentaal vlak. We willen hen leren functioneren en laten groeien in de visie die de jeugdopleiding die KRC vooropstelt. Kevin heeft enige tijd nodig gehad om zijn plaats te vinden en te leren omgaan met regels en waarden binnen onze opleiding. Hij had ook extra prikkels nodig om zich verder te ontplooien.

De grote uitdaging voor hem was zijn technische skills te gebruiken in wedstrijden. We spraken heel vaak met hem en hadden gezien zijn uitzonderlijke talent ook veel geduld met Kevin. We probeerden hem een goed gevoel te geven door hem soms belangrijk te maken. Maar dat mag ook geen constante zijn. We zijn in de opleiding voorzichtig om jongeren al op een podium te plaatsen. We hebben in onze jeugdopleiding vele talenten en het helpt hen niet in hun ontwikkeling als we ze steeds voortrekken en pamperen. In onze opleiding moet iedere speler 70% procent van de speelduur krijgen en zullen dus ook de grotere talenten al eens niet starten aan een wedstrijd of zelfs uit de selectie vallen. Het is goed om zien hoe jeugdspelers hier mentaal mee omgaan. Teleurstellingen horen nu eenmaal bij het voetbal, ook bij een jeugdopleiding. Kunnen spelers als bankzitter een wedstrijd doen kantelen? Hieraan kun je de echte talenten en winnaars herkennen. Geloof me als we zeggen dat ze in hun hopelijk grote carrière met teleurstellingen zullen te maken krijgen, zie maar naar Kevin momenteel bij Chelsea. We hopen dus dat we ook Kevin op dit vlak een stukje hebben kunnen helpen in zijn ontwikkeling.

We gingen wel specifiek met Kevin werken aan zijn traptechniek, snelheid van uitvoering en het timen en kiezen van zijn actie en passing. In zijn eerste jaren speelde hij gezien zijn uitzonderlijke traptechniek en spelinzicht vooral in een centrale positie. Nog niet echt vastgepind op een vaste stek, maar toch vooral aanvallend en bij momenten ook op 6 en 8 om zijn spel te ontwikkelen en te leren nadenken bij balverlies. Zijn tweevoetigheid is altijd een groot voordeel geweest om zowel op links als rechts te kunnen spelen. Pas vanaf de Beloften is Kevin verder gevormd naar de posities 7, 10 en 11. Hij zat op dat moment ook al in de topsportschool en trainde acht keer per week.

In onze opleiding zijn pass- en trapvormen erg belangrijk. Het accent ligt op inspelen op de goede voet, opengedraaid staan vanuit beweging in de bal, variatie in de manier van trappen (binnenkant voet, wreef, buitenkant voet enz.). Kevin had niet alleen een uitzonderlijke traptechniek en spelinzicht, doordat hij een fase verder dacht dan de rest was hij ook altijd aanspeelbaar. Deze specifieke kwaliteiten hebben we aangescherpt door te trainen met hoge intensiteit en in kleine ruimtes, waardoor je snel moet reageren en handelen. We brachten ook extra variatie in de oefenstof om toch hetzelfde te verbeteren en te bekomen. Het geven van prikkels en nieuwe uitdagingen hielp hem enorm. We eisten bij hem ook een hoge kwaliteit van uitvoering in balbezit zowel zonder als onder druk, snelheid van handelen en vooruit denken."

ZOLENWERK

Michel Ribeiro: "Toen Kevin bij ons kwam, merkte ik al zijn zeer goede basis- en traptechniek op (Michel Ribeiro was techniektrainer en nam De Bruyne tussen zijn dertiende en zeventiende gemiddeld twee keer per week onder zijn hoede, red.). De trainingen bij KRC Genk zijn voor alle spelers inhoudelijk dezelfde, maar hoe beter de speler, hoe sneller hij dingen oppikt. Dat was bij Kevin zeker het geval. Hij was toen ook al tweevoetig, trapte met evenveel gemak met rechts als links naar doel. Je ziet dus dat aangeboren talent wel het grote verschil maakt met de doorsnee speler. Daarnaast was Kevin een wat gesloten speler, maar hij durfde wel zijn mond opentrekken als het hem niet aanstond. Toch is dat geen specifiek karakter van iemand met talent. Wat wel een verschil maakt, is zijn goesting om veel en hard te trainen en zijn winnaarsmentaliteit. Die zat er van jongs af in en dat zorgde er toen al voor dat hij sneller progressie maakte. Hij wilde toen al de beste zijn."

Het belang van een goede techniek is bijzonder groot in het hedendaagse voetbal.

Michel Ribeiro: "Met goede technische bewegingen kan je op topniveau het verschil maken. Mijn trainingen zijn vaak gebaseerd op zolenwerk. Dat zie je nu wel terug in zijn spel. Kevin pikte dat allemaal snel en makkelijk op, zijn techniek was toen al uitmuntend. Maar alles is voor verbetering vatbaar en ik denk wel dat de techniektrainingen hem hebben geholpen. Als je bij een beweging je zool gebruikt in plaats van binnen- of buitenkant voet, kan je sneller je tegenstander op het verkeerde been zetten. Wanneer je een kapbeweging doet met binnen- of buitenkant voet, draait je lichaam helemaal naar buiten toe. Terwijl je met de zool een beweging kunt doen in dezelfde actie.

Mijn trainingen laat ik steeds beginnen met individuele coördinatie om het balgevoel met links en rechts te stimuleren. Vervolgens gaan we dat omzetten in een functionele techniekvorm. Een voorbeeld (zie Oef. 1).

Oef. 1

Speler 1 speelt in op speler 2, die met een passieve verdediger in zijn rug de bal controleert met de voetzool, doordraait en inspeelt op speler 3. Speler 3 maakt eerst een vooractie en speelt weer in op speler 2, die de bal aanneemt met de zool en met bal rond zijn as draait. Hij speelt vervolgens diep in op speler 4. Speler 4 dribbelt met de bal richting doel en komt in een 1:1 situatie. Hij kan ofwel een dribbel doen en afwerken ofwel een een-twee doen met speler 5 om vervolgens af te werken. De klemtoon ligt niet zozeer op de passing maar wel op de technische beweging zonder tegenstander. Daar bestaan er legio voorbeelden van, zoals een dubbele schaar. Technische bewegingen moet je ook individueel trainen en dat kan eenvoudig via een oefenvorm waarbij je van kegel naar kegel dribbelt en voor elke kegel een andere dribbelbeweging maakt, zoals een kap-kap-voetzool, dubbele schaar of akka. De rechterkant doe je met de rechtervoet, de linkerkant met links (zie Oef. 2).

Oef. 2

Deze oefeningen zijn heel nuttig voor alle spelers, maar technisch sterk onderlegde voetballers zullen er meer mee aan de slag gaan. Jongens die technisch minder goed zijn, kunnen hier echter een nog grotere winst uithalen. Een verdediger zal zich na veel trainen wel uit een moeilijke situatie kunnen voetballen, maar ook niet meer dan dat. Technische spelers leren deze oefeningen blindelings doen, wat hen een aanzienlijk voordeel oplevert omdat ze makkelijk hun tegenstander kunnen uitschakelen en zo eventueel snel het spel kunnen verleggen.

Er zijn drie standaardbewegingen uit mijn trainingen die ik Kevin nog steeds heel vaak zie gebruiken: kap-voetzool, wegdraaien met de zool met tegenstander in de rug, en de akka, waarbij je de bal in een vloeiende beweging met de buitenkant van de voet naar de binnenkant laat rollen. Het is moeilijk te zeggen hoeveel progressie Kevin nu geboekt heeft met deze oefeningen, maar alle beetjes helpen wel. Sommige spelers hebben goede voeten maar doen er niks mee. Bij anderen zoals Kevin zie je dat ze de oefeningen steeds beter willen beheersen. Het belangrijkste is natuurlijk dat je ze durft te gebruiken tijdens wedstrijden, anders heb je er weinig aan."

POSITIONELE PASSEN TRAPVORMEN

Domenico Olivieri: "Ook zijn passing en vista waren al van jongs af van een hoog niveau (Beloftetrainer Domenico Olivieri coachtte De Bruyne bij de U17, red.). Zijn snelheid van uitvoering was uitzonderlijk, hij dacht ook drie stappen verder. Nog voor hij de bal kreeg, wist hij al waar die moest komen en hij deed dat dan ook nog eens technisch perfect. Soms was hij geïrriteerd omdat de anderen niet konden volgen in zijn denken. Kevin speelde toen al uitsluitend als nummer tien of als flankaanvaller. Al bij de Beloften kon hij het spel van links naar rechts of van rechts naar links openen via een pas van zestig, zeventig meter. Het is belangrijk dat je op dit niveau spelers laat trainen in hun positie en op de noodzakelijke bagage daarvoor, ook via pass- en trapvormen.

Een voorbeeld (zie Oef. 3). Op één flank doe je met drie spelers een korte actie en wordt het spel vervolgens verlegd. Op de andere flank kan je de speler die de bal aanneemt verschillende opdrachten geven: 1) aannemen en meteen voorzetten, 2) aannemen, tegenstander dribbelen en voorzetten, 3) aannemen, meenemen, terugkappen en indraaiende voorzet. Je kunt ook nog als extra gaan preciseren waar de voorzet moet komen, tussen eerste of tweede paal. Je kunt die zones ook aanduiden door er drie pylonen te zetten en tussen een van die twee zones moet de bal dan telkens vallen. Je kunt er ook een aanvaller bij betrekken die komt ingelopen en afwerkt. Belangrijk is wel dat het heel snel gaat, dus beperk het aantal balcontacten tot aanname en pass/dribbel/voorzet/schot.

Oef. 3

Ik geef nog een ander voorbeeld waarbij de aangeleerde baltechniek van Michel nog meer aan bod komt (zie Oef. 4). Een speler speelt kort in op een tweede speler op de flank, die draait open en speelt in op een nummer tien, die in de bal komt en aanneemt, opendraait en de bal diep steekt naar een doorlopende flankspeler. Die heeft dan weer dezelfde opties als de flankspeler in de vorige oefenvorm.

Oef. 4

Kevin is natuurlijk ook een voetballer die technisch voldoende onderlegd is om door het centrum te voetballen. Om dat te stimuleren geven we vaak een oefenvorm waarbij een speler inspeelt op een tweede speler, die doordraait en inspeelt op een derde speler. Die kaatst terug, waarop de tweede speler de bal vervolgens diep steekt in de linkse zone. We doen het dan zowel met rechts als links. Heel eenvoudig, maar met de focus op een paar belangrijke elementen: harde passing, vooractie, balaanname, snelheid van uitvoering en ten slotte korte combinatie, doorbewegen en timing van de steekbal (zie Oef. 5). Deze vorm kan je ook doen op een grotere afstand en met het gebruik van flankspelers. Dan heb je op de ene flank weer een driehoekje en volgt een lange bal in een bepaalde zone, die wordt afgewerkt door de naar binnen komende flankspeler (zie Oef. 6)."

Oef. 5

Oef. 6

(Domenico Olivieri)

(Michel Ribeiro)

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.