TopSportsLab test fysieke paraatheid doorheen het seizoen

Stig Meylemans
  •  Zondag 8 februari 2015 om 15:49   •  Maart 2015   •  Blessurepreventie,Voetbalconditie,Wetenschap

TopSportsLab - Case study Beloften OHL

Naast de theoretische wetten uit de trainingsleer heeft elke sport zijn specifieke, gerichte benadering op het vlak van fysieke periodisering. Binnen het voetbal is het niet relevant om een trainingsopbouw te plannen waarbij je “piekt” naar een welbepaalde doelstelling. Voetballers worden immers geacht gedurende het volledige seizoen op een constant niveau te presteren. Hoe je doorheen het seizoen bij je spelers een vorm van prestatiebehoud of 'performance stabilisation' kan realiseren, komt u te weten in dit artikel.

De term 'performance stabilisation' werd voor het eerst gebruikt door trainer-voetbalwetenschapper Jan Van Winckel, meer bepaald in zijn boek 'Voetbalconditie, tussen praktijk en wetenschap' (2013). Cruciaal bij het nastreven van performance stabilisation is het creëren van een goed prestatieniveau tijdens de (pre)voorbereidingsperiode. Dit niveau probeer je zo lang mogelijk aan te houden, in het beste geval tot aan de winterstop. Na de winterstop - de start van een volgende macrocyclus - hanteer je dan hetzelfde principe. De voorbereidingsperiode is dan uiteraard wel een stuk korter. Het luik 'fatigue management', dat we eerder al uitgebreid bespraken in Vermoeidheidsmanagement en recuperatie (zie ook: Voetbalconditie), heeft een grote impact op de performance stabilisation.

Stig Meylemans (TopSportsLab) over het belang van performance stabilisation in het moderne voetbal.

 

Basisbegrippen

We leggen hieronder nog even kort enkele begrippen uit.

 

Microcyclus - 1 trainingsweek

Je hebt verschillende strategieën bij de start van een microcyclus (1 trainingsweek) om de spelers in een optimale fysieke conditie aan de aftrap van de volgende wedstrijd te brengen. De volgende strategieën volgen elkaar op binnen deze microclyclus: 

  • herstelstrategie (0u-48u na wedstrijd)  
  • loadingstragie (48u na wedstrijd - 72u voor wedstrijd)
  • taperingsstrategie (72u-0u voor wedstrijd)

 

Mesocyclus (in dit geval 8 weken)

In een mesocyclus (i.c. achtwekenplanning) hanteer je je periodiseringsmodel (zie tabel 2). Hierbij plan je telkens één testmoment in op het einde van de cyclus, zodat je een overzicht krijgt van de conditionele status van je team.

 

Macrocyclus

Tijdens je eerste macrocyclus (in dit geval tot en met de winterstop) kan je deze testen vergelijken met elkaar en kan je waar nodig individuele trainingsprogramma’s aanpassen op basis van dit testmoment.

Binnen het voetbal is het niet relevant om een trainingsopbouw te gaan plannen waarbij je “piekt” naar een welbepaalde doelstelling. Voetballers worden geacht gedurende het volledige seizoen op een constant niveau te presteren.

In het licht van dit concept schetsen we hieronder een praktisch hanteerbare case study op basis van een submaximale yoyo intermittent recovery test (submax yoyo IRT - voor meer uitleg: zie onderaan artikel). Dit is een voetbalspecifieke inspanningstest die je informatie verschaft over de actuele basisconditie (zie hieronder). We geven aan hoe je deze basisconditie binnen een macrocyclus kan opvolgen in functie van een optimale fysieke paraatheid.

Case Study

De case study gaat over de eerste seizoenshelft van het seizoen 2014-2015. Deze werd uitgevoerd met 18 spelers van de Beloften van Oud-Heverlee Leuven:

We starten het seizoen met een maximale inspanningstest, waarbij we ook de maximale hartslag (HR) bepalen om zo per speler individuele HR-zones te kunnen opmaken (Test 0).  Dit is noodzakelijk om te kunnen starten met het inplannen en analyseren van de submax yoyo IRT.

Het gehanteerde fysieke periodiseringsmodel volgt in de voorbereiding het gekende standaardmodel in functie van de opbouw van de basisconditie. We starten met drie weken herstelcapaciteit (1,5 EDT – 1,5 IDT), waarna twee weken herstelvermogen (1 EIT – 1 IIT) en één afsluitende taperingsweek volgen.

Vanaf de start van de competitie hanteren we in deze case study een periodiseringsmodel waarbij we de monotonie qua trainingsload zo laag mogelijk proberen te houden met het oog op prestatiebehoud (figuur 1). Binnen dit achtwekenmodel focussen we in week 1 en 5 telkens op herstelcapaciteit, in week 2 en 6 op herstelvermogen, in week 3 en 7 zuiver op explosiviteit en in week 4 en 8 plannen we een ‘actieve rust / individualiseringsweek’. Het opzet is hier om tijdens week 8 telkens een submax yoyo IRT uit te voeren, zodat we op basis hiervan opnieuw individueel kunnen bijsturen.

Deze manier van werken heeft twee redenen:

  1. Tijdens de postformatie krijgen we een beter zicht op de herstelcapaciteit van de spelers, en zo kunnen we hier gericht op gaan werken. De grootte van hun “motor” wordt op deze manier gemonitord in functie van een overstap naar de A-kern.
  2. We krijgen tijdens het seizoen informatie over de afname van de herstelcapaciteit, waardoor we binnen de individualiseringsweken gerichter hun conditionele schema’s kunnen aanpassen. Zo kunnen we in deze week bijvoorbeeld meer omvang/volume opbouwen. De opgelegde trainingsload (duur en intensiteit) wordt aangepast aan de herstelcapaciteitmodaliteiten.

 

Stig Meylemans over het indelen van individuele hartslagzones.

 

Alle hartslagdata werden geüpload en automatisch berekend binnen de TopSportsLab-webapplicatie om zo het workloadmanagement efficiënt te kunnen beheren via verschillende features. We gebruikten de automatisch berekende submax yoyo IRT met volgende drie parameters:

  • Heart Rate Max (HRmax): Weergave van de hartslag op het einde van deze submaximale test.
  • Heart Beat Load (Hbload): Formule voor de gewogen hartslagbelasting van deze test. De tijd gespendeerd in elke HR-zone krijgt hier een weging toebedeeld.
  • Recovery after 60” (recovery60): Daling van het aantal hartslagen (abs/rel) één minuut na afloop van de test. 

Figuur 1.

 

Analyse submax yoyo IRT 1 – 2 (fig.2)

De eerste twee submax yoyo IRT's situeren zich aan de start van de voorbereiding (24/06/14) en de start van de competitie (20/08/14). Binnen deze eerste mesocyclus is het logisch dat we een vooruitgang boeken. Deze dient zo groot mogelijk te zijn in vergelijking met de referentiepunten van het vorige seizoen. Op figuur 2 is duidelijk te zien dat, na deze voorbereidingsperiode, voor elke parameter vooruitgang is geboekt.

  • HRmax op het einde van de test daalt van 196 naar 177. Dit impliceert dat voor eenzelfde snelheid op het einde van de test (15km/h) de hartslag zo’n 19 slagen lager ligt.
  • HBload van de totale test daalt van 44 naar 29. Hoe minder de HBload, hoe geringer de impact op de werking van het hart voor eenzelfde inspanning zal zijn. Dit impliceert dus dat er opnieuw een conditionele vooruitgang vastgesteld werd van deze speler na de voorbereidingsperiode.
  • Recovery60 na afloop van de test evolueert van een daling van 22% (-42 slagen) naar een daling van 28% (-49 slagen). Dit betekent dat er een snellere/betere recuperatie plaatsvindt binnen de eerste minuut na het laatste signaal.

 

Analyse submax yoyo IRT 1 – 2 – 3 – 4  (fig.3)

De vier submax yoyo IRT's binnen de eerste macrocyclus situeren zich zoals in het begin van het artikel aangegeven telkens op het einde van een mesocyclus. In de eerste twee testen zagen we, op figuur 2, een logische vooruitgang op basis van de geleverde trainingsarbeid tijdens de voorbereidingsperiode. Wanneer we testen 3 en 4 ook in rekening brengen, zien we volgende opmerkelijke resultaten.

Stig Meylemans licht toe hoe je de submax yoyo IRT's moet analyseren.

 

Eerst een vooral zien we een duidelijk stagnerende trend (met lichte terugval) van test 2 naar 3 voor HBload en HRmax. Hierbij zitten we dus na de progressie van de voorbereiding op het moment dat we deze performance moeten stabiliseren doorheen de eerste macrocyclus. In mesocyclus 4 werd opnieuw meer gefocust op herstelcapaciteit (omvang/duur) tijdens de individualiseringsweken, waardoor we de lichte stijging van mesocyclus 2 naar 3 voor HBload en HRmax terug konden herstellen naar de winterstop toe.

Voor Recovery60 zien we een evolutie die verschilt van de twee andere parameters. We noteren een sterke daling tot en met mesocyclus 2 (van 22% over 28% naar 30%). De reden hiervoor is het verschil in periodisering tussen mesocyclus 1 (voorbereiding) en mesocyclus 2-3-4 (competitie). Aangezien de focus tijdens de voorbereiding voornamelijk op omvang/volume lag en er binnen de periodisering tijdens het seizoen meer op de intervalcomponent is gewerkt, is dit een logisch te verklaren evolutie.

 


 

Conclusie

Binnen een strategische periodisering dien je je testmomenten en de bijhorende relevante parameters bewust te analyseren om je trainingsplanning praktisch en efficiënt te kunnen bijsturen. Alle trainingen en testmomenten moeten telkens beoordeeld worden binnen hun context (periodisering, midweekwedstrijden, aantal traningsmomenten, doelstellingen, …).

Het doordacht en bewust inplannen van een gestandaardiseerde submaximale test kan ervoor zorgen dat de fysieke paraatheid van alle spelers ook op het einde van de macrocyclus optimaal blijft.

We pretenderen absoluut niet dat dit de heilige weg is voor een optimale fysieke begeleiding. Maar het is wel een methode die zowel vanuit de wetenschappelijke wereld als van ervaringsdeskundigen op het veld positieve feedback krijgt. Het doordacht en bewust inplannen van een gestandaardiseerde submaximale test kan er dus voor zorgen dat de fysieke paraatheid van alle spelers ook op het einde van de macrocyclus optimaal blijft. Train smarter, not harder!

 

Extra

Yo-Yo Submaximal Intermittent Recovery Test

 

Individuele hartslagzones

 

Submax YoYo

 

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.