“Pass- en trapvormen beperken de creativiteit”

YBRO Sports Writing
  •  Zaterdag 25 oktober 2014 om 14:17   •  Maart 2015   •  Jeugdvoetbal

Opleiding 8:8 bij Cercle Brugge

Sinds vorig seizoen voetballen niet enkel de U10 en U11, maar ook de elitespelertjes van de U12 acht tegen acht. De KBVB heeft hiervoor een opleidingsplan uitgeschreven, maar clubs voegen daar vaak hun eigen accenten aan toe. Dat is bij Cercle Brugge niet anders. Dug-Out ging aan tafel zitten met Hoofd Jeugdopleidingen Gert-Jan Joseph en Kenny Santy, verantwoordelijke voor de 8:8.

(Arne Janssoone, website Cercle Brugge)

 

Visie

Het spelen van 8:8-wedstrijden vergt een gedegen voorbereiding. U9-spelers via training of wedstrijden te snel klaarstomen op het 8:8-spelen, is een fout die je als club niet mag maken, meent Gert-Jan Joseph: “We zijn er zelfs voorstander van om langer 5:5 te spelen. Het is aan de coaches van de U10 om bij het begin van het seizoen de verschillen tussen 5:5 en 8:8 te benoemen en de verwachtingen met betrekking tot de bijkomende posities uit te leggen. Dat is een continu proces dat deels theoretisch en deels via pass- en trapvormen, positiespelen en wedstrijdvormen verloopt. Het ontwikkelen van technisch-coördinatieve en fysiek-coördinatieve vaardigheden staat voorop bij deze leeftijden. Het tactisch element beperken we tot de thematrainingen en de feitelijke integratie tijdens de wedstrijden.

Positioneel gezien proberen we spelers vanaf U10 twee vaste posities te geven waarin ze zich verder kunnen ontwikkelen. Een linksachter moet ook linksvoor kunnen spelen en een centrale verdediger kan bijvoorbeeld ook als verdedigende middenvelder voetballen. Als ze later een rij zouden opschuiven, hebben ze voldoende voetballende kwaliteiten om die overstap probleemloos te maken. We proberen spelers voldoende technische bagage mee te geven, zodat ze zelf creatieve keuzes kunnen maken en ruimtes optimaal weten te benutten. Dat doen we door klassieke pass- en trapvormen, waarbij spelers niet zelf dienen na te denken en geen oplossingen moeten zoeken, tot een minimum te herleiden.”

 

(Photo News, Karel Van Roose en Alessandro Cordaro)

Karel Van Roose, een jeugdproduct van Cercle Brugge.

 

Techniek en coördinatie

De jeugdspelertjes van Cercle Brugge trainen drie keer per week. “Maandag ligt de nadruk op het technisch-coördinatieve, woensdag op het fysiek-coördinatieve en op vrijdag hebben we een thematraining (zie verder, red.),” legt Kenny Santy uit. “Voor de techniektraining nemen we alle spelers van U10, U11 en U12 samen. We verdelen ze in vijf groepen op basis van hun fysieke maturiteit. Je hebt bij deze leeftijd immers vroegmature en laatmature spelers. Als een grote jongen een kleine moet dribbelen, gebruikt hij automatisch meer duelkracht en gaat dat uiteindelijk ten koste van zijn technische ontwikkeling. Een kleine speler heeft tegen een grotere dan weer weinig kans om hem voorbij te raken, waardoor hij zijn dribbel evenmin goed kan uitvoeren.

Inhoudelijk gezien kiezen we voor een groot aandeel wedstrijdvormen, startend bij 1:1 over 2:2 naar 3:3. Uiteraard wordt hierbij veelvuldig gebruik gemaakt van meerderheidssituaties waarbij spelers snel en accuraat de correcte keuzes moeten leren maken. Om deze keuzes te kunnen maken, moeten ze over voldoende technische bagage beschikken. Deze technische vaardigheden proberen we van jongs af aan te ontwikkelen door hen een zeer breed gamma aan te bieden: kap- en draaibewegingen, schijnbewegingen, aanvallende en verdedigende Coerveroefeningen, trap- en passtechniek, ...

Ook binnen 8:8 zorgen we dat hier voldoende aandacht aan wordt besteed. Wanneer de spelers deze technische skills onder de knie hebben, proberen we ze te implementeren in pass- en trapvormen waarbij ze geleidelijk aan onder meer druk geplaatst worden. Een belangrijk accent is dat spelers zelf de keuze leren maken en bepalen wat het vervolg is van hun actie. We proberen dan ook af te stappen van de klassieke pass- en trapvorm waarbij spelers zomaar van positie A naar positie B dienen te hollen. Spelers moeten zelf nadenken over wat ze doen op het veld.”

 

(Arne Janssoone, website Cercle Brugge)

Sinds vorig seizoen spelen ook de elitespelertjes van de U12 acht tegen acht.

 

Bewegingsvaardigheden

Op woensdagen krijgt de jeugd van Cercle Brugge steevast een 'prikkeltraining' voorgeschoteld. “De klemtoon ligt op het fysiek-coördinatieve aspect,” verduidelijkt Kenny Santy. “Enerzijds staat dat gelijk met veel wedstrijdvormen op balbezit, waarbij we in zeer kleine groepjes werken om de rustperiodes in te korten en de oefeningen des te intensiever te maken. Daarnaast tekent een looptrainster specifieke oefenvormen uit om de fysiek-coördinatieve vaardigheden te verbeteren die spelers later in wedstrijdvormen kunnen gebruiken.

Het is belangrijk dat spelers een breed gamma aan bewegingsvaardigheden ontwikkelen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan wegdraaien over de schouder, snel afremmen, springen, hoge passfrequentie, … We houden hierbij geen rekening met de kwantiteit van de beweging, maar puur met de correcte uitvoering (kwaliteit). Pas als een speler door zijn groeispurt heen is, wordt het aantal herhalingen opgedreven. Op die manier proberen we het aantal explosieve spelers binnen onze opleiding op te drijven. We beschikken immers over te weinig spelers die de snelheid hebben om 1:1 het verschil te maken met de tegenstrever. Net daarom zijn die bewegingsvaardigheden bij U10 tot U12 zo belangrijk. Voetbaltraining alleen is veel te weinig, vooral op deze leeftijd.”

 

(Arne Janssoone, website Cercle Brugge)

Kenny Santy: “We beschikken over te weinig spelers die de snelheid hebben om 1:1 het verschil te maken met de tegenstrever. Net daarom zijn bewegingsvaardigheden bij U10 tot U12 zo belangrijk.”

 

Thematrainingen

Tot slot zijn er de thematrainingen, waarbij de accenten per leeftijdsjaar iets anders liggen. “Bij de U12 kan je ook al sneller overgaan naar een volgend thema dan bij U10,” weet Kenny Santy. “Daar moeten ze immers nog het 8:8-spelen aanleren. Vooral bij de U11 en U12 proberen we hoofdzakelijk in wedstrijdvormen te trainen.”

 

Opbouwen

“Bij U10 beginnen we met een aantal basisprincipes, zoals de aanspeelbaarheid van de verdedigers. Vroeger werd dat ingeoefend via pass- en trapvormen, maar daarbij moeten spelers nauwelijks nadenken. Dat zorgt ervoor dat ze tijdens wedstrijden vaak blijven staan, ongeacht of er een tegenstander in de buurt is. Via wedstrijdvormen leren ze zelf bewegen in functie van hun opponenten. Blijft de tegenstander bijvoorbeeld laag staan, dan moeten ze leren om zelf diep te gaan of in te zakken.

Hoe jonger spelers zijn, hoe meer je gebruik kan maken van een pass- en   trapvorm. Toch proberen we hier vrij snel een tegenstrever aan toe te voegen, zodat de keuze die ze moeten maken steeds afhankelijk is van wat de tegenstrever doet. Wedstrijdvormen en positiespelen waarbij spelers eigen keuzes moeten maken, staan centraal bij het opbouwen van achter uit.”

 

Oefenvorm

Organisatie: 4+K:3

Inhoud: Wedstrijdvorm startend bij de doelman van rood.  Diepste speler (middenvelder) staat vrij in de zone. Pas vanaf het ogenblik dat de bal zich in deze zone bevindt, mogen de blauwe spelers hier ook inlopen. Rood kan ook via infiltratie inschuiven in het aanvalsvak.

 

Infiltreren

“We willen spelers op elke positie stimuleren om een aanvallende actie te maken. Elke speler moet per wedstrijdhelft toch een drietal keer kunnen inschuiven. Infiltreren geldt niet alleen voor middenvelders, maar in het hedendaagse voetbal ook voor verdedigers (zowel centrale verdedigers als backs). Wat de aanvallers betreft, hebben we het bij 8:8 vooral over onderlinge positiewissels.

Om dit voor elkaar te krijgen, moeten we afstappen van die typische pass- en trapvormen waarbij spelers de bal op een aanvallende positie krijgen ingespeeld en hun actie maken. Als een flankaanvaller tussen de linies loskomt van zijn man en de diepe spits op dat moment de hoek induikt, dan zijn ze moeilijk te verdedigen. De verdediger moet in dat geval kiezen tussen doordekken of in positie blijven. Ruimte komt er hoe dan ook. Bij de U10 leggen we de nadruk op de aanvallende impulsen, terwijl we bij de U12 steeds meer inzetten op die aanvallende positiewissels.”

 

Oefenvorm

Organisatie: 7+K:7+K. Veld wordt opgedeeld in drie zones.

Inhoud: Team in balbezit kan steeds met één speler (of twee) infiltreren in de volgende zone om zo een overtal te verkrijgen. Aanvallende spelers in team B+ kunnen ook steeds afhaken in het middenvak om hier een overtal te creëren.  Team B- moet steeds verdedigen binnen zijn eigen vak. 1 punt per infiltratie van een speler naar een volgend vak, 5 punten bij een doelpunt. Deze vorm kan ook uitgewerkt worden met poorten waardoor de spelers moeten infiltreren. (bijvoorbeeld voor elke infiltrerende verdediger een poort waarlangs hij kan inschuiven en een punt kan scoren).

 

Aanvallen

“In dit thema komen positiewissels uiteraard aan bod. We maken een onderscheid tussen aanvallen via het centrum – waarbij de samenwerking tussen 10 en 9 centraal staat – en aanvallen via de flanken. Bij 8:8 moeten spelers manmeersituaties leren creëren en correct uitspelen. De challenges spelen hierbij een cruciale rol: spelers met bal moeten hun tegenstander opzoeken en vervolgens de juiste keuze maken in functie van de reactie van die tegenstander. In deze spelsituaties kunnen ze de technische skills die ze op maandag hebben aangeleerd verder perfectioneren. ”

 

Oefenvorm

Organisatie: 2:1+K (en 1 extra verdediger die negatieve druk zet).
Inhoud: Bal wordt ingespeeld door de blauwe verdediger op de 10. Deze speelt vervolgens de 9 aan, die kaatst op de derde man die vrijkomt. Ondertussen mag de 10 van blauw negatieve druk zetten op de spitsen van rood. Deze proberen de 2:1-situatie zo snel mogelijk uit te spelen om tot scoren te komen. Bij balrecuperatie heeft blauw vijf seconden om de bal in het lege doeltje te trappen. Aanvallers die scoren krijgen 1 punt, balrecuperatie en scoren door de verdedigers telt voor 2 punten.

 

Verdedigen

“Bij het verdedigen leren we spelers hoe ze het veld als ploeg klein moeten maken en vooral hoe ze zich moeten positioneren in een 1:1-duel, waarbij we hen een aantal technische aspecten zoals opstelling en lichaamshouding bijbrengen. Hierbij komen de coördinatieve vaardigheden van de woensdagtraining zeker van pas. Er worden ook een aantal basisprincipes aangeleerd inzake het schuiven, kantelen, dekking geven, pressing, zonevoetbal,… Dit thema komt bij 8:8 echter minder frequent aan bod omdat we het op deze leeftijd belangrijker vinden dat spelers uitgaan van hun eigen voetbal. Het accent ligt dus eerder op ontwikkeling in balbezit.”

 

Oefenvorm

Organisatie: 1:1

Doel: aanleren correcte lichaamshouding.

Inhoud: Rode speler speelt de bal op blauwe speler. Deze probeert de rode speler te dribbelen en een tweede rode speler aan te spelen (1 punt). Als dit lukt, dan wordt de bal weer naar de volgende speler van blauw gespeeld, enzovoort. Bij interceptie van de rode speler dient deze de bal in te spelen op de volgende speler van blauw en worden de rollen omgedraaid (ander team gaat dan verdedigen).

Aanwijzingen: Lichaamshouding speler die verdedigt: zwaartepunt laag, door de knieën buigen, tegenstrever naar één zijde dwingen, ogen op de bal gericht, correcte rughouding, voorvoet bewegen.

 

 

Omschakelen

“We focussen zowel op de omschakeling van balbezit naar balverlies als andersom. Maar we beperken ons tot de basis, zoals het veld groot en klein maken. Spelers moeten enerzijds leren om meteen druk te zetten wanneer ze de bal verliezen en moeten zich anderzijds meteen leren vrijlopen wanneer een ploegmakker de bal verovert. We vinden het erg belangrijk dat spelers na hun actie meedenken over het vervolg van het spel.”

 

Oefenvorm

Organisatie: 1+K:2+K die overgaat in 3+K:2+K.

Inhoud: 10 speelt in op 9, die kaatst op de derde speler. Deze twee spelers hebben tien seconden om de overtalsituatie uit te spelen. Wanneer er gescoord wordt of de tijd voorbij is, start de verdediger van blauw met de bal aan de voet en probeert deze zo snel mogelijk te scoren. In deze tweede fase van de oefening wordt er 3+K:2+K gespeeld. De twee spelers die bij de eerste fase gingen afwerken, moeten dus snel omschakelen en de bal opnieuw proberen te onderscheppen. Ook in de tweede fase krijgt men tien seconden om te scoren.

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.