Oefenstof middenbouw FC Bayern München: “Wedstrijdvormen staan centraal”

YBRO Sports Writing
  •  Vrijdag 10 oktober 2014 om 13:55   •  Maart 2015   •  U14   •  Jeugdvoetbal

Winnen is zowat het enige wat telt bij FC Bayern München, ook in de bovenbouw van de jeugdopleiding. In de middenbouw kijken trainers eerder naar het potentieel van een speler. Jeugdcoaches Sebastian Dremmler (U16) en Peter Wenninger (U14) gaven Dug-Out exclusief inzicht in de specifieke oefenstof die ze gebruiken. “Op training beperken we het aantal oefenvormen omdat je bij het overstappen naar een andere vorm veel kostbare tijd verliest.”

(DFB)

 

Oefenvorm 1 – Pass- en trapvorm: balaanname & passing

“Eenvoudige passvorm over korte afstanden waarbij de klemtoon ligt op de beweging van de voet. Oefenvorm over rechts: in eerste instantie balaanname met binnenkant links en passing met binnenkant rechts; in de tweede fase balcontrole met buitenkant links en passing met binnenkant links. Oefenvorm over links: in eerste instantie balaanname met  binnenkant rechts en passing met binnenkant links; in de tweede fase balcontrole met buitenkant rechts en passing met binnenkant rechts.” 

Oefenvorm 2 – Pass- en trapvorm: afwerken op doel

“In een ruimte van pakweg dertig op twintig meter plaatsen we twee doeltjes met een keeper. Aan de zijkanten van elk doeltje staan spelers. Rechts van het doeltje wordt gestart met de bal. De spelers met bal passen op de speler zonder bal voor zich. Deze neemt de bal mee en werkt  af op het doeltje voor zich. Daarna doen we dezelfde oefening vanaf de linkerkant. Variant 1: bal één keer raken en schieten. Variant 2: bal bij eerste balcontact op doel trappen (geen controle!). Variant 3: hoge bal, meerdere balcontacten toegelaten voor de speler op doel besluit (kan je limiteren naargelang kwaliteiten van je groep). Variant 4: speler zonder bal komt de bal in de voet vragen, draait bij balaanname naar binnen (één keer raken!) en schiet naar de verste hoek van het doel.”

 

Oefenvorm 3 – Tactische pass- en trapvorm

“Dit is een oefenvorm op een half terrein. Aan de middellijn zijn langs de zijkanten twee vierkanten afgebakend (met vier potjes). De ballen liggen aan het verste potje tegen de zijlijn. De speler aan dit potje (wedstrijdgericht is dit de flankverdediger) speelt diagonaal in op een tweede speler (de aanvallende flankspeler). Die heeft twee opties: de bal meenemen naar binnen en schieten of de bal binnendoor meenemen en in de diepte steken voor de doorgelopen flankverdediger. Bij de daaropvolgende voorzet komt de diepe spits naar de eerste paal gelopen. De rechter aanvallende middenvelder infiltreert achter hem, en de linker aanvallende middenvelder beweegt naar de tweede paal. Er kan actief of passief verdedigd worden door de vier verdedigers (wedstrijdgericht).

In een volgende fase start de flankverdediger binnenin en de flankaanvaller buitenom. De flankaanvaller heeft opnieuw twee opties: hij gaat de flank af en zet voor, of hij komt met de bal naar binnen en steekt de bal in de hoek voor de doorgelopen flankverdediger. Het idee achter deze vorm van passing is dat we niet willen dat twee spelers tegen één flank geposteerd staan. Dat beperkt immers de ruimte om te voetballen.”

 

Oefenvorm 4 – Tactisch positiespel 5:3

“Voor deze oefenvorm vormen we twee tegenover elkaar liggende ruimtes van twaalf op twaalf meter met een tussenliggende zone van tien meter. Er zijn drie teams van vijf spelers en slechts één bal. In elk vierkant speelt een team op balbezit tegen drie spelers van het derde team. De twee resterende spelers van het derde team wachten in de tussenliggende zone. Omdat de ruimte in het vierkant zo klein is, worden de spelers bijna verplicht om de bal slechts één keer te raken. Zo verloopt de passing ook bijzonder snel.

Wanneer de aanvallende ploeg van vijf spelers de bal vijf keer heeft rondgetikt, moeten ze een strakke lange bal versturen naar het aanvallende team van vijf spelers in het tweede vierkant. De twee spelers van het derde team die in de tussenliggende zone staan te wachten, mogen de bal niet onderscheppen. Wanneer de bal in het tweede vierkant terechtkomt, moeten ze meteen gaan verdedigen. De twee spelers krijgen steun van een derde ploegmaat die overkomt uit het eerste vierkant. De twee andere spelers van het derde team wachten nu in de tussenliggende zone. Wanneer het derde team de bal onderschept in een vierkant, mogen ze de bal naar een teammaat in de tussenliggende zone spelen. Het aanvallende team dat de bal verloor, wordt dan het verdedigende team.”

 

Oefenvorm 5 – Conditionele wedstrijdvorm 4:4

“Op een ruimte van ongeveer vijfentwintig op vijfentwintig meter – minimaal twintig op twintig meter en maximaal dertig meter, afhankelijk van de leeftijdsgroep en de biologische ontwikkeling van je spelers – voetballen we centraal 4:4 (met twee keepers). Elk team heeft bovendien twee wisselspelers. Een wedstrijd duurt twee minuten, wat op fysiek vlak een zeer grote inspanning vraagt. Daarom worden na elke twee minuten ook twee spelers vervangen door twee anderen.

Als je bij Bayern speelt, moet je aanvallen. Om dat te bevorderen, mogen de spelers de bal in deze oefenvorm slechts twee keer raken op eigen helft. Op de aanvallende helft krijgen ze wel vrij spel. Aangezien we willen dat de spelers de diepte zoeken, posteren we op elke achterlijn nog twee spelers van het aanvallende team. Zij moeten aan hun zijde van het doel steeds aanspeelbaar zijn om in één tijd te kaatsen. Dat kan je bemoeilijken door hen verplicht een derde man te laten aanspelen. Eventueel kan je ook nog twee spelers van elk team op de zijlijn zetten om het flankspel te benutten.”

 

Oefenvorm 6 – Tactische wedstrijdvorm 5:5

“In de aanloop naar de weekendwedstrijd spelen we op donderdag vaak een wedstrijd 5:5 (plus keepers) op een half terrein met de breedte van het zestienmetergebied. In het ene team spelen de vijf defensief ingestelde spelers die op zaterdag starten, in het andere team de vijf aanvallend ingestelde spelers die aan de aftrap komen (basisformatie steeds 1:4:3:3 met de punt naar achter). Iedereen speelt op zijn wedstrijdpositie. Op die manier leren spelers elkaar sneller en makkelijker vinden. Balbezit en snelle balcirculatie vormen immers de basis voor alle teams van FC Bayern. De bankzitters spelen ondertussen in een andere ruimte 3:3 met doeltjes, maar zonder keeper.”

 

Oefenvorm 7 – Tactische wedstrijdvorm 8:8 (1)

“We voetballen 8:8 (+ keeper), waarbij elk team fungeert in een 1:4:3:1-opstelling. De ruimte die je gebruikt is volledig afhankelijk van de fysieke maturiteit van je beschikbare spelers. Voor deze leeftijdsgroepen gebruiken wij doorgaans een half veld, maar het kan ook van zestienmetergebied tot aan de middellijn (zonder buitenste stroken). De flanken zijn afgezet door kegeltjes en mogen door niemand gebruikt worden. Via deze trechtervorming proberen we de spelers een aantal tactische standaardelementen aan te leren: verdedigers mogen niet te veel onderlinge ruimte laten, terwijl de middenvelders en aanvaller(s) doelgericht moeten zijn. Eventueel kan je deze vorm en dezelfde tactische accenten gebruiken in een 6:6 of een 11:11.”

 

Oefenvorm 8 - Tactische wedstrijdvorm 8:8 (2)

“Om het spel door de as van het veld te bevorderen, kan je de vorige oefenvorm gebruiken, maar dan met een andere afbakening.”

 

Oefenvorm 9 - Tactische wedstrijdvorm 8:8 (3)

“Om het spel via de flanken te bevorderen, spelen we 8:8 (+ keeper) op een half veld. In de twee buitenste stroken is er vrij spel, in de centrale ruimte mag je de bal slechts twee keer raken. Je kan het doel van deze oefening echter ook omdraaien. Als je het spel door de as van het veld wil bevorderen, dan geldt de twee-keer-rakenregel langs de flanken en is er centraal vrij spel.”

 

Oefenvorm 10 – Tactische wedstrijdvorm 9:9

“In een dubbele zestien spelen we 9:9 (+ keeper), waarbij beide teams in een 1:4:4:1-opstelling voetballen. Dit is een kleine ruimte, waardoor er snel gehandeld en gespeeld moet worden. De coachingsaccenten hangen volledig af van het voetbal dat je als trainer voor ogen hebt. Als de rechterflankverdediger de bal heeft, willen we bijvoorbeeld graag dat de linkerflankverdediger en de linkerflankaanvaller ter hoogte van de verste doelpalen gepositioneerd staan. Om dat in te oefenen, verplichten we hen om in deze situatie op training ter hoogte van het midden van de doelen te gaan lopen. Dit is extreem, maar zo leren ze wel naar binnen te komen op het juiste moment.”

 

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.