De weg naar het drukke seizoensbegin van Zulte Waregem

Tim Janssens
  •  Vrijdag 19 september 2014 om 06:43   •  Voetbalconditie

Physical coach Bram De Winne over de voorbereiding van Essevee

'De Gaverbeek zien en sterven': het was de voorbije twee jaar het devies voor de groten der Jupiler League. Van een regioclub met bescheiden ambities groeide Zulte Waregem uit tot een volwaardige (sub)topper. Bevestigen – en opnieuw strijden voor een plaats in play-off 1 – vormt gezien de sportieve stap voorwaarts dan ook hét primaire objectief. Physical coach Bram De Winne legt uit hoe hij Essevee op fysiek vlak voorbereidde op alweer tien maanden topvoetbal.

Na het meest succesvolle seizoen uit zijn nog jonge bestaan stond SV Zulte Waregem vorig jaar voor het seizoen van de bevestiging. Gedreven door een enthousiast thuispubliek baande het zich uiteindelijk een weg naar plaats vier en een felbegeerd ticket voor de voorronde van de Europa League. Essevee is stilaan een vaste waarde aan de kop van het klassement, en dat had zo zijn gevolgen voor de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Met de eerste Europese wedstrijd in het verschiet (17 juli) zat een rustige aanloop naar jaargang 2014-2015 er voor de jongens van Dury immers niet in. Aan physical coach Bram De Winne om ervoor te zorgen dat alle spelers fit en fris aan de start van de eerste belangrijke wedstrijden konden verschijnen…

 

LOOP- EN PREVENTIEPROGRAMMA

Bram De Winne: “Het spreekt voor zich dat het vorige seizoen opnieuw lang en slopend was. Zondag 18 mei speelden we onze laatste match, en we hebben ervoor gekozen om zondag 15 juni te herbeginnen, zodat we ons gedurende vier weken konden voorbereiden op de eerste Europese voorrondematch (17 juli) en zes weken konden toewerken naar de start van de competitie (27 juli). De meeste spelers hadden dus vier weken rust (fysieke tests inbegrepen), maar er waren echter ook jongens die in dit korte tussenseizoen interland- en WK-verplichtingen hadden. Onze internationals hebben uiteraard extra rust gekregen, maar volgden nadien een aangepast programma om snel opnieuw op niveau te geraken. Voor mij als physical coach betekent dit dat ik ze ook gedurende de rest van het seizoen van nabij moet opvolgen om hen fit en blessurevrij te houden.”

 

Dug-Out: "Hoe zag het tussenseizoen van de niet-internationals er precies uit? Het 'normale tussenseizoen', zeg maar..."

Bram De Winne: “Dit bestond gedurende de eerste twee weken uit een periode met relatieve rust, die vooral bedoeld was om het hoofd vrij te maken en de batterijen opnieuw op te laden. Om de fysieke conditie toch een beetje op punt te houden, heb ik de spelers aangeraden om rustig in beweging te blijven en eventueel een aantal andere sporten te beoefenen.

Nadien zijn ze gestart met een individueel loop- en preventieprogramma. In het begin omvatte dit uiteraard een aantal duurlopen, zij het wel gecombineerd met een reeks versnellingen (in een duurloop van een half uur bijvoorbeeld elke twee minuten kort aanzetten). Zo blijven ook de snelle vezels geprikkeld. Als voetballers lang aan eenzelfde tempo lopen, worden ze traag. In een explosieve sport als voetbal kan dat uiteraard niet de bedoeling zijn. Vandaar dat ze een looptraining van mij ook weleens mochten vervangen door bijvoorbeeld een partijtje tennis, dat dichter aanleunt bij het acyclische karakter van voetbal. Na verloop van tijd werden de duurlopen een stuk intensiever. Van een half uur evolueerden we bijvoorbeeld naar blokken van 3 x 13 minuten met langere versnellingen.”

 

Bram De Winne met hoofdcoach Francky Dury. De Winne en Dury overleggen voortdurend om de fysieke en tactische periodisering optimaal op elkaar te kunnen afstemmen.

 

Dug-Out: "Volg je de spelers op gedurende het tussenseizoen, of is het naleven van het individuele programma hun eigen verantwoordelijkheid?"

Bram De Winne: “Ja, dat is hun eigen verantwoordelijkheid, in het tussenseizoen laat ik hen volledig met rust. Ik geef ze dan ook geen hartslagmeters mee om ze nadien te kunnen 'controleren'. Bij de fysieke tests in de aanloop naar de voorbereiding merken we wel wie zijn schema goed gevolgd heeft. Spelers die van vakantie terugkeren met een te hoog vetpercentage krijgen een individueel programma, dat onder meer een reeks nuchtere duurlopen omvat. Het spreekt voor zich dat er fijnere dingen zijn dan een eind gaan lopen voor het ontbijt, dus dat vormt voor hen een belangrijke motivatie om zich ook in het tussenseizoen te blijven verzorgen. Spelers bij wie uit de testen blijkt dat ze te weinig conditie bezitten, geven we dan weer extra oefeningen om hun basiscapaciteit aan te scherpen (bijvoorbeeld na de training nog een twintigtal minuutjes gaan lopen).

Die fysieke tests zijn overigens zeer uitgebreid. De spelers worden in feite volledig doorgelicht en ondergaan allereerst VO2-max-tests (conditietests) en Spartanova-tests (blessurepreventietests om na te gaan waar in het lichaam zich de eventuele zwakke plekken bevinden). Voorts gaan ze langs bij de osteopaat, de diëtist, de pedicure, de podoloog, de tandarts, de dokter, de mental coach en de coach. Dit levert ons uitermate waardevolle informatie op, die we rechtstreeks verwerken in ons intensief blessurepreventieprogramma. Blessurepreventie is een van de stokpaardjes van Zulte Waregem. In de voorbereiding maken we zeker drie tot vier keer per week tijd voor collectieve preventieoefeningen. Bovendien volgen de spelers een individueel preventieprogramma, dat ze dagelijks afwerken voor aanvang van de training.”

 

Bram De Winne over blessurepreventie, een van de stokpaardjes van Zulte Waregem.

 

NIET TE VEEL OVERLOAD

Dug-Out: "Jullie voorbereiding op het nieuwe seizoen duurde zes weken. Pasten jullie daar principes van periodisering in toe? Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat de spelers fris aan het nieuwe seizoen konden beginnen?"

Bram De Winne: “We hebben grotendeels gewerkt volgens het model van Verheijen. Dit betekent dat we de eerste twee weken vooral op extensieve duur hebben gewerkt: de basiscapaciteit vergroten aan de hand van lange trainingen met grote pas-, trap- en wedstrijdvormen en positiespelen aan een matige intensiteit. In week drie en vier zijn we overgeschakeld op intensieve duurtrainingen, waarbij de intensiteit en de snelheid van uitvoering opgedreven werden (oefenvormen op de kleinere ruimte met kortere draaibewegingen). De laatste twee weken stonden in het teken van extensief interval: zeer 'kort' en vrij intensief trainen, met een focus op explosieve draaibewegingen en snelle acties.

Je kan met andere woorden stellen dat we de intensiteit en de fysieke belasting gradueel opgebouwd hebben. Van 11 vs 11- en 9 vs 9-wedstrijdvormen, algemeen positiespel op de grote ruimte en lange sprints aan een lage intensiteit (bijvoorbeeld zestig meter aan zestig procent) zijn we vanaf week drie en vier geëvolueerd naar kleinere wedstrijdvormen en maximale sprints in overload.”

 

Bram De Winne vertelt hoe de omvang en de intensiteit van de oefenvormen evolueert naarmate de voorbereiding vordert.

 

Dug-Out: "Vertaalde die evolutie zich ook in de lengte van de trainingen?"

Bram De Winne: “Ja, we lieten de spelers regelmatig twee uur of langer trainen, en dan zeker gedurende de eerste twee weken van de voorbereiding. Een wedstrijd duurt slechts negentig minuten, maar om dat fysiek aan te kunnen moet je natuurlijk wel in staat zijn om anderhalf uur lang op een hoog niveau te presteren. Je mag niet vergeten dat de opwarming (vijfentwintig à dertig minuten) ook inbegrepen is in de training. Soms moet je in mijn ogen dus al eens tweeënhalf uur op het trainingsveld durven staan.

In de aanloop naar de eerste wedstrijden van de competitie hebben we het trainingsvolume natuurlijk wel afgebouwd. Om de spelers uitermate fris aan de start van het seizoen te krijgen, kwam het erop aan om geleidelijk aan minder lang, maar intensiever te gaan trainen (omvang afbouwen, intensiteit opbouwen). Aangezien we voor een zeer drukke seizoensstart stonden, zijn we in de laatste week overgegaan tot 'tapering off' om supercompensatie te creëren: voldoende rust- en herstelperiodes inbouwen om de geleverde inspanningen optimaal te laten renderen.”

“Soms moet je in mijn ogen al eens tweeënhalf uur op het trainingsveld durven staan.”

 

STAPPEN BLIJVEN ZETTEN

Dug-Out: "In welke mate proberen jullie ook individueel te periodiseren? Welke elementen zijn daarbij van belang?"

Bram De Winne: “Qua conditieopbouw proberen we individueel te periodiseren met de jongens die blessuregevoelig of ouder zijn. Als er bijvoorbeeld een sprintvorm op het programma staat waarbij de spelers twee keer 6 x 15 meter voluit moeten gaan, dan laat ik de spelers die al een aantal overbelastingsblessures achter de rug hebben slechts één reeks meedoen. Ook jongens die de dertig al even gepasseerd zijn, doen slechts één reeks mee. Op hun leeftijd kunnen we ze toch niet meer explosiever maken, dus het haalt in mijn ogen dan ook niets uit om hen nog een overload in sprinten te geven. We proberen de spelers individueel zo veel mogelijk te geven wat ze nodig hebben. Wanneer we explosieve types slechts één reeks laten meedoen, dan is dat dus niet om hen te 'sparen', integendeel: met hun vele witte spiervezels hebben ze genoeg aan één sprintreeks. Het is dus eerder een kwestie van gericht te werk gaan.

Een andere belangrijke parameter voor die individuele periodisering is de graad van vermoeidheid. Spelers die op een bepaald moment een tikkeltje te veel vermoeid zijn (bijvoorbeeld een aantal dagen voor de eerste competitiewedstrijd), krijgen even een individueel programma, zodat ze de aankomende wedstrijden toch in optima forma kunnen aanvatten. Zij zullen overschakelen op hersteltraining in plaats van nog een extra load te doorstaan. Vooral jongens die overkomen van de beloften of die voorheen in derde of vierde klasse hebben gespeeld, volgen we goed op. Ze zetten op fysiek vlak een enorme stap voorwaarts en ondergaan dus een erg grote fysieke belasting als ze voluit meetrainen. Als we merken dat ze niet voldoende herstellen, pikken we hen er even uit om die broodnodige recuperatie te stimuleren en eventuele blessures te vermijden.”

 

(Photo News, Karel D'Haene en Aleksandar Trajkovski)

“Na een inspanning moet de hartslag van een fitte voetballer op een minuut tijd gemiddeld vijftig slagen kunnen dalen,” weet physical coach Bram De Winne.

 

Dug-Out: "Hoe integreren jullie krachttraining in de voorbereiding?"

Bram De Winne: “Krachttraining in de voorbereiding gebeurt altijd op het veld. We nemen gewichten en krachtballen mee naar buiten en laten de spelers zowel in groepjes als individueel een aantal oefeningen uitvoeren. Onze revalidatietrainers Filip Beyaert en Frederik Bracke zijn goed op de hoogte van de principes van krachttraining, dus met zijn hulp en die van de assistent-coaches kan ik de spelers gedurende deze sessies individueel begeleiden. In het begin van de voorbereiding doen we alle oefeningen nog met eigen lichaamsgewicht, kwestie van de spieren te laten wennen aan de graad van belasting. Nadien bouwen we verder op met behulp van lichte gewichten, wat zich ook doorzet in de rest van het seizoen.

Bij de krachttraining voor de beenspieren gebruiken we bewust geen fitnesstoestellen, ook niet tijdens de rest van het seizoen. Met toestellen kan je de kracht die je spieren en gewrichten bij het springen, starten en draaien moeten leveren immers niet voldoende simuleren. Wanneer je spelers een aantal squats laat doen om hun quadriceps en hamstrings te trainen, is de snelheid waarmee je dit kan doen veel 'wedstrijdechter' dan op een Quadricepsbak of een Leg Extension. Ik verkies dan ook een reeks intensieve squats met een vrij laag gewicht op de schouders, net om het effect van de krachttraining te maximaliseren.”

 

Dug-Out: "Is er sprake van een algemene progressie op het vlak van conditieopbouw? Bouw je voort op je werk van vorig seizoen?"

Bram De Winne: “Ja, dat probeer ik althans. Als physical coach tracht je het conditionele niveau van je spelers toch voortdurend te verbeteren? In mijn ogen moet je doorheen het seizoen niet enkel eenzelfde niveau trachten aan te houden, maar steeds stappen blijven zetten op het vlak van kracht- en conditietraining. Snel opbouwen in de voorbereiding en de rest van het seizoen besteden aan onderhoudstraining is niet aan mij besteed. Als je daarvoor kiest, gaat het conditionele niveau van je spelers doorheen het seizoen langzaam, maar progressief achteruit. Gedurende de voorbereiding bouw ik dan ook iets rustiger op, zodat de progressiemarge gedurende het eigenlijke seizoen groter is.

Dit seizoen is in het licht van deze aanpak wel een klein vraagteken. Met de drukke seizoensstart in het verschiet moest ons basisniveau na de voorbereiding al vrij hoog liggen. Het is dus afwachten of we daar later op het seizoen geen weerslag van zullen krijgen. Conditieopbouw is ondanks de veelheid aan gegevens nog steeds geen exacte wetenschap, dus het is telkens weer zoeken naar een optimale balans tussen inspanning en recuperatie.”

 

Bram De Winne legt uit hoe hij de fysieke vooruitgang van zijn spelers opvolgt aan de hand van hartslaggegevens.

 

 

 

Wisselwerking met de hoofdcoach

 Bram De Winne begint inmiddels al aan zijn zesde seizoen als physical coach van Zulte Waregem. Onder de  vleugels van succestrainer Francky Dury groeide hij uit tot een onmisbare schakel in de staf van Essevee. Dat de club de voorbije twee seizoenen relatief weinig blessureleed kende en op fysiek vlak uitermate goed presteerde, is te danken aan de uitstekende wisselwerking tussen hen beiden. 

 Francky Dury: “Bram stelt de fysieke periodisering op (timing voetbalconditionele en teamtactische trainingen) en bepaalt wanneer we welke accenten leggen. Maar we zijn wel voortdurend in overleg. Wanneer ik bijvoorbeeld denk dat een periodisering van vier weken op een bepaald moment beter is dat een periodisering van zes weken, dan bespreken we dat op een open, constructieve manier. Het tactische luik neem ik voor mijn rekening, maar ook wat dat betreft is er overleg. Ik zorg er steeds voor dat elke training betrekking heeft op ons spelsysteem, maar als Bram me een signaal geeft dat er vermoeidheid sluimert, dan pas ik mijn training aan. Stel dat ik wil werken op flankinfiltraties en voorzetten, maar Bram wijst me erop dat dit qua belasting too much zou zijn, dan schakel ik over op een pas- en trapvorm waarin ik dezelfde elementen op een minder intensieve en explosieve manier aan bod laat komen. In theorie is Brams taak vrij simpel: ervoor zorgen dat de spelers fit blijven en niet geblesseerd raken. Dat lukt zeer goed, ook al omdat we veel aandacht besteden aan blessurepreventie. Ik meen oprecht dat ik de beste physical coach van België heb.”

 

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.