Guido Brepoels: "Een tegenaanval is een moordwapen"!

Tom Boudeweel, sportjournalist
  •  Woensdag 18 juni 2014 om 17:27   •  Augustus 2009   •  Standpunt

Druk, druk, druk. Het leven van Guido Brepoels is flink veranderd sinds de titel in de tweede klasse met St-Truiden. De meest bekende inwoner van het Limburgse Mopertingen -aan de Nederlandse grens- werd wekenlang van de ene viering naar de andere gesleurd. Het echte leven van een voetbaltrainer kan beginnen. Waar is de tijd dat Brepoels in alle rust bij de jeugd van MVV kon werken? Of bij Kermt-Hasselt of Oud-Heverlee Leuven in de lagere nationale reeksen? Titels heeft hij daar ook behaald, maar het kampioenenfeest met St-Truiden sloeg werkelijk alles.

Guido Brepoels: "Waanzin was het. Wat een achterban in St-Truiden! En of ze kunnen feesten. Amai. Maar ondertussen is de voorbereiding op het nieuwe seizoen begonnen en behoort de titel tot het mooie verleden. Het zal me wel altijd bijblijven. Je moet het je eens voorstellen: ik maak mijn debuut bij St-Truiden, net gedegradeerd en aan het seizoen gestart als profclub met allemaal spelers die het jaar voordien tegen Anderlecht hebben gespeeld, tegen Standard, tegen de buren van RC Genk.Telkens voor een vol huis op Staaien, op verplaatsing zelfs voor 20 tot 30.000 toeschouwers. Op mooie velden. En dan moet je een paar maanden later plots naar Eupen, naar Namen, naar Olympic Charleroi. Met alle respect voor die ploegen, zij doen ook hun best, maar dan moet je echt de knop omdraaien".

(Photonews)

FOTO'S

Guido Brepoels: "En zo is onze grootste vrees onze grote sterkte geworden.We hebben vooraf foto’s genomen van alle velden en tribunes in de tweede klasse. Gewoon om de spelers een idee te geven wat ze konden verwachten, want de meeste jongens zijn nog nooit in Eupen en Namen geweest. In Namen is het veld zo klein dat elke inworp tot aan de tweede paal kan komen. En bij balverlies zet je iemand met een lange bal alleen voor doel. Dat vereist een andere manier van voetballen. Ik wou hen door die foto's met de neus op de feiten duwen en hen mentaal klaar maken om de wedstrijd scherp te beginnen. Ik ken de tweede klasse na vier jaar door en door. En omgekeerd werkte het natuurlijk ook. Ploegen die wekelijks op een klein terrein spelen, hadden het bij ons moeilijk op het grote veld van Staaien. Zij konden die ruimte niet inschatten.

De dag nadat ik getekend had bij STVV, zijn we 's anderendaags al begonnen met de trainingen. Dus inspraak in het transferbeleid had ik niet, maar ik kende de meeste jongens natuurlijk wel als tegenstander bijvoorbeeld. Op de eerste training in St-Truiden daagden er 24-25 spelers op. Zij hadden moeilijke jaren gehad bij STVV. Begin dan maar aan die taak als coach. Ik weet het nog goed: tijdens de eerste opdracht -vier rondjes inlopen rond het veld- bengelden al meteen vijf-zes jongens achteraan, ze sneden de hoeken af. Ik vroeg hen meteen of er iets scheelde, of ze ziek waren. Het antwoord was negatief, maar ze straalden geen motivatie uit. Als je op dat moment niet ingrijpt als coach, dan ben je ten dode opgeschreven. Je hebt jongens die de kar trekken, dat zijn de goede. Er zijn er die op de kar zitten en je hebt er die aan de kar hangen. Die laatsten moet je van je afschudden".

RISICO

Guido Brepoels: "Op dat moment neem je als nieuwkomer een groot risico. Ik stak meteen mijn nek uit. Maar ik wou enkel werken met mensen die echt de wil hadden om er iets van te maken in de tweede klasse. Puur op kwaliteit red je het niet. Ik weet uit ervaring wat er nodig is om te promoveren. En het sterkste punt vorig seizoen was het team, de collectiviteit. We incasseerden amper 27 doelpunten en we hebben er meer dan 70 gemaakt. Dat bereik je niet zomaar, want de basis waarop je moet bouwen was zo wankel. We moesten de groep opnieuw leren winnen. Vier jaar onderaan het klassement heeft het vertrouwen flink aangetast.

Ik eiste van bij het begin altijd 100% inzet op training. In de voorbereiding oefenden we slechts één keer per dag. Wel drie uur lang om mentaal weer de aandacht op het voetbal te krijgen, met veel tussenpozen natuurlijk.

We speelden vooral wedstrijden tegen ploegen uit de derde en de vierde klasse. Tegen vierdeklassers wou ik winnen met drie doelpunten verschil, tegen derdeklassers met minstens twee goals. Dat was onze doelstelling.

Lukte dat niet, dan trainden we 's anderendaags om 7 uur 's morgens. Waarom? Ik wilde opnieuw die gretigheid, die felheid in het team krijgen, de karakteristieken van een echte Truienaar. En wat gebeurde er in de eerste wedstrijd van het seizoen tegen Veldwezelt, een derdeklasser? Het bleef 0-0. Goedemorgen iedereen!

En zo hebben we langzaam iets opgebouwd. In onze volgende wedstrijd tegen Tongeren, ook een derdeklasser, wonnen we met 0-3. En bij die tussenstand spraken de spelers al over georganiseerd het einde halen. Ach, ik ben nu eenmaal zo. Ik wil dat de jongens iedere wedstrijd presteren, zelfs in vriendschappelijke duels. Want op dat moment moet de basis gelegd worden. Alles heeft te maken met winnen. Je wordt sterker, het vertrouwen komt terug, het voetbal wordt beter, de beleving groeit en zo gaat de bal aan het rollen.

Ik focus me altijd op de resultaten. Bij United mikten we twee seizoenen geleden naar 56 punten. En we stonden op een bepaald moment op 53. Wonnen we de volgende wedstrijd dan hadden we ons doel bereikt, met een ticket voor de eindronde als bonus.

Twee vliegen in één klap. Wat deed ik? Ik zette om vijf voor drie een grote fles champagne in de kleedkamer en zei: "Voila, die kan voor jullie zijn"! Wel, we verloren met 2-1 en speelden een slechte wedstrijd. 's Anderendaags had ik het getal 56 met kegels gezet op het terrein en we hebben 56 minuten gelopen. Die week draaide alles om het getal 56. En in het weekend wonnen we met 3-1 van Tubeke, de latere promovendus. We moeten willen winnen. Dat is ook de succesformule bij St-Truiden dit jaar. Iedere trainingsvorm moet je willen winnen. Wie niet wint, wordt gestraft. Als je een partijvorm speelt tot 3 en je verliest telkens met 3-0. Dat kan niet. Hop, 10 keer een spurtje van 30 meter. Die winnaarsmentaliteit was enorm.

De start van het nieuwe seizoen verliep voortreffelijk. Na een 1-7 overwinning op woensdag in Charleroi moesten we op zondagnamiddag naar Hamme. Op zondag, de meeste spelers wisten niet meer hoe dat voelde.

Dus heb ik op zaterdagnamiddag getraind, zonder succes. 2-2 In 35 graden. Slecht! Dat deed me zo'n pijn. We hebben toen gespeeld als amateurs. En dus hebben we een week ook als amateurs getraind, om 19u 's avonds. Die profs waren gekrenkt in hun eer en daarna hebben we denk ik 27 op 27 gehaald. Ik had hen de avond na de match tegen Hamme nog extra geprikkeld door vóór de uitlooptraining in het bos overal bordjes op te hangen met erop 'Hamme - STVV: 2-2. Ze waren razend, maar toen voelde je de déclic. De moraal van het verhaal: elke week moet je alles geven om de punten te pakken, ook als profclub in de tweede klasse".

MATCHANALYSES

Guido Brepoels: "Geleidelijk aan hebben we matchanalyses geïntroduceerd. Niet zo simpel in de tweede klasse omdat je niet altijd aan beelden geraakt van de tegenstander. Daarom zijn we zelf beginnen te filmen en die beelden gaven we dan mee aan enkele spelers.

Zij moesten een volledige analyse maken van de tegenstander. Zo spoorde je hen aan om mee te denken. Je weet ook hoe het gaat bij een bespreking voor de match, niet iedereen is even geconcentreerd. Ik heb het aanvankelijk een paar keer getoond en in het begin was het een ramp, maar de laatste weken van de competitie viel mijn mond open van verbazing. Het bleef vaak niet alleen bij de analyse, soms suggereerden de spelers ook een oplossing. Een voorstel van hoe wij konden spelen tegen onze komende tegenstander, op basis van zijn sterke en zwakke punten.

Waarom ik dat doe? Als je de spelers leert meedenken, dan kunnen ze zelf ingrijpen op het terrein bij een wijziging in het systeem bij de tegenstander. In de tweede klasse valt dat niet zo vaak voor, maar in eerste zullen we daar regelmatig mee geconfronteerd worden en dan wil ik dat mijn groep daar klaar voor is.

Dat wordt komend seizoen één van onze troeven: een centrale as die het spel kan lezen. Want dat ontbreekt toch al te vaak in het Belgisch voetbal. Op dat vlak staat Nederland verder. Ik heb met Sef Vergoosen in MVV gewerkt. MVV was ook slechts een modaal clubje, maar met Vergoosen eindigde zij op de zesde en de achtste plaats dankzij voortdurend vooruit denken, een gezonde brutaliteit/agressiviteit, vleugelspitsen, flankspelers, goede veldbezetting, laag een goede organisatie, achteraan durven 1 op 1 te spelen. Dat heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden, ook al is het 13 jaar geleden.

Vergoosen hanteerde toen een andere manier van trainen dan in België. Veel positiespelletjes, wedstrijdvormen, een andere benadering. Dat merkten de spelers van Kermt-Hasselt ook meteen op toen ik als trainer daarna begon in België.

Het is ondertussen mijn derde titel al. Na de jeugd bij MVV ben ik gestart in de vierde klasse bij Kermt-Hasselt. De promotie afgedwongen. Met Oud-Heverlee Leuven ook gestegen naar de tweede klasse, tussendoor de eindronde met KVSK United, en nu met St-Truiden naar eerste. Telkens met mijn eigen visie, aangepast aan de kwaliteiten van de spelers.

(Photonews, STVV-FC BRUSSELS / JONATHAN WILMET - GEOFFREY CABEKE)

Als je iets doet, moet je het goed doen. Ik hou niet van half werk. Zeker met de analyses erbij ben ik toch vaak lang op de club. Ik heb de ploegen zo vaak gezien, meestal twee keer live, een paar keer op video, je hebt informatie van collega's of van de heenmatch. Het is wel interessant om vooraf te weten hoe je tegenstander reageert bij sommige situaties. Wat doen ze bij een voorsprong of bij een tegendoelpunt? Welke wijzigingen kan je dan als trainer verwachten..."?

(Photonews, FIRST TRAINING STVV 2009-2010)

CHIMEDZA

Guido Brepoels: "STVV heeft de voorbije jaren altijd laag gespeeld, afwachtend. Het was moeilijk om die traditie te doorbreken. Hoger spelen betekent meer ruimte in de rug. De backs, die vorig jaar tegen de eigen 16 plakten, mogen nu over de middenlijn.

Die kwamen in een andere omgeving terecht. De middenvelders schoven 30 meter op. Dat vereist een betere techniek, want elk balverlies kan dodelijk zijn. We moeten ook sneller beslissen. De ruimtes zijn heel klein, dus je wordt verplicht om het spel sneller te lezen. Daarom besteedden we veel aandacht aan positiespelen, wanneer rust aan de bal, wanneer diep spelen.

OMSCHAKELING

ORGANISATIE:

  • – half veld
  • – 3 groepen van 6 doorwisselen
  • – iedere groep 1 bal

DOELSTELLING:

  • – omschakeling
  • – A speelt naar C, C dribbelt naar binnen
  • – B overlapping, C geeft bal diep
  • – B geeft voorzet, C of A werkt af
  • – A wordt verdediger, B en C worden aanvallers
  • – bal wordt ingegooid door keeper, gevolgd door 2 tegen 1

In de opbouw proberen we altijd één linie over te slaan. De middenvelders moeten ruimte creëren voor de diepste man. Daar moet je leren mee omgaan. De balvastheid van Chimedza was een bijkomende troef in onze opbouw. Als je geen oplossing vindt, speel de bal gerust naar hem. Dan moet er iemand onder de bal komen om zich aan te bieden. Met onze driehoek verliep dat prima. Chimedza kon zelf opendraaien en de bal diep spelen naar onze spitsen. De opkomende verdedigers of middenvelders hadden telkens weer meerdere aanspeelpunten naar voren.

We hadden zo'n 5-6 varianten in de opbouw. Balletje rondtikken, dat kan iedereen. Het is pas in moeilijke situaties, wanneer je geen openingen vindt, dat je moet terugvallen op 'vastheid', geen lukrake lange ballen in de 16, wel bepaalde vaste afspraken om via balbezit toch de ruimte te vinden. Die is er altijd, maar bij de ene ploeg zal die ergens anders liggen dan bij een andere. Vaak vind je die wel op de flanken natuurlijk. En dan wil ik dat mijn pionnen ook in het centrum goed staan.

Na een tijdje wordt de scouting natuurlijk belangrijker, want de tegenstanders volgen ons ook. Daarom keken wij telkens naar de profielen van de backs, de centrale verdedigers, de middenvelders, enz. De ene dekt sneller door dan de andere. De ene blijft langer zitten. Hoe gaan de spitsen storen, naast elkaar of achter elkaar? Hoe functioneren de flanken? Komen die naar binnen bij balverlies of blijven ze openstaan? Op die basis bouwden wij onze speelwijze.

In de tweede ronde stonden de ploegen telkens iets hoger omdat zij wisten dat we toch de openingen vonden op de korte ruimte. Dat verplichtte ons anders te denken, meer gebruik te maken van de ruimte achter de verdediging. Wij zakten daarom bewust wat meer in, we lieten de bal aan de tegenstander en hanteerden dan de snelle tegenaanval. Dat was het scenario tegen Doornik bijvoorbeeld, die club zette heel goed druk op onze verdedigers. We gaven hen uiteindelijk de bal, we counterden drie keer scherp en plots zakten zij wat dieper in en wij waren verlost van de druk. We hadden bovendien het voordeel dat we beide spelsystemen aardig onder de knie hadden".

(Photonews)

(Photonews, STVV - FC BRUSSELS / JOIE VREUGDE STVV CHAMPION KAMPIOEN)

AFSPRAKEN

Guido Brepoels: "Peter Delorge vertelde me op het einde van het seizoen dat hij nog nooit zo hard had getraind, maar hij voegde er ook aan toe dat hij het voetbal op een heel andere manier had leren bekijken. Dat doet plezier. Je kunt altijd beter worden. Dat zal straks ook zo zijn. We weten dat we wat lager zullen moeten spelen, maar ook daar liggen er oplossingen. En ja, we zullen vaak onder druk staan, maar hoe gaan we daarmee om? Hoe reageren we in balbezit? Wat zijn de mogelijkheden? Leren de juiste keuzes maken. Daar gaat het om en het voorbije jaar is een goede les geweest.

Je hoeft niet veel te lopen hoor, je moet goed lopen. Op de juiste manier. Als we vooruit verdedigen is dat telkens tussen de 5 en de 10 meter. Als iemand 20 meter moet lopen, dan staan we verkeerd. De eerste maanden hebben we afgesproken hoe we druk willen zetten, hoe we lopen. Ik heb enorm veel respect voor Zulte Waregem die dat al jaren doet. Dat is geen toeval meer. En telkens weer de juiste mensen binnenhalen, met de juiste mentaliteit. Jongens die willen leren. Het is toch leuk dat je als trainer iets kunt aanreiken.

Duidelijke afspraken maken de beste vrienden, ook in het voetbal. Als de tegenstander kleine spitsen heeft, bewust de doelman laten uittrappen.

Voetballen de backs moeilijk uit, dan laten we die vrij en zetten we hen daarna vast. Vinden we dat we iets moeten inzakken, dan kunnen we dat ook, want wij zijn heel sterk in de omschakeling. De meeste ploegen spelen de bal meteen ver diep. Wij opteren om de diepste spits in de voeten aan te spelen. Als onze spits de bal komt vragen, dan durven de verdedigers meestal niet doordekken. Zij blijven op de middenlijn. Onze spits krijgt dan de tijd om in te draaien en de tegenaanval te lanceren, want ondertussen zijn de anderen vertrokken. Dat zal de komende maanden ons stokpaardje worden".

ORGANISATIE

Guido Brepoels: "Afspraken maken betekent de organisatie op punt zetten. Dat was ons eerste werkpunt in het begin van het seizoen. Wat moet iedereen op zijn positie doen bij balbezit en balverlies? Per linie ook. Een gigantisch werk van Peter Voets en ik, drie weken lang. Maar het was de moeite waard, want net dat was één van de sleutels van ons succes. In de verdediging hadden de vier pionnen andere ideeën. Dat doordekken bijvoorbeeld. Een fiasco. Drie schuiven vooruit en ééntje blijft er hangen. Dat heeft allemaal met basisafspraken en met coaching te maken.

POSITIESPEL 9 TEGEN 6

ORGANISATIE:

  • – 16m tot middellijn
  • – 6 + 3 vrije spelers spelen vanuit positie
  • – 6 blokvorming + druk naar voren

DOELSTELLING:

  • – vooruit denken van de 9 spelers
  • – met 1 pas zoveel mogelijk spelers uitschakelen in de diepte
  • – + juiste moment rust aan de bal als je niet in de diepte kan spelen
  • – + tempowisseling in 1 of 2 tijden
  • – omschakeling B+ naar B-, 4'' regel, bal terug winnen
  • – de blauwe ploeg op juiste moment vast zetten
  • – 5 x naar elkaar rondspelen = wissel met rode team of wedstrijdduur 2'30''

Als een keeper van de tegenstander uittrapt en we staan tegen twee spitsen, dan moet er duidelijkheid zijn. Wie doet wat? In de wedstrijdevaluatie kan je die handleiding gebruiken om spelers op hun fouten te wijzen. Waarom sta je op dat moment daar op het veld? En niet 5 meter verder zoals we hebben afgesproken? Duidelijkheid bepaalt alles. Maar alles staat of valt met organisatie, zeker in de verdediging.

We hebben de eerste twee weken telkens drie uur getraind. Iedereen verklaarde me gek, maar die positiespelen vergden veel tijd. Balverlies en balbezit, eerst de verdedigers, daarna met de middenvelders erbij en tot slot ook de spitsen. Stap voor stap. Vooruitverdedigen, wanneer pressie of inzakken. Als de tegenstander breed speelt of achteruit, dan kan je als team opschuiven. Als de bal vrij is, dan moet je inzakken, dan anticipeer je op de lange trap naar voren. Het samenspel met de keeper. Bal onderweg, wij onderweg. Als de speler de bal aanneemt, tijd krijgt om te controleren, dan ben je te laat. Het lijkt simpel, maar het vormt wel de basis van een sterke ploeg.

Wanneer we een back vrijlaten omdat die minder is in de opbouw, dan moeten we ook kijken hoe de middenvelders geposteerd staan. Bij de goede opbouwer van de tegenstander plaatste ik telkens een mannetje hoog en we lieten de andere kant vrij. Daar konden we ons op instellen en het vergemakkelijkte de manier van druk zetten, omdat de mensen achter de aanvallers wisten hoe ze moesten staan en lopen.

Ons kampioenenjaar was niet allemaal rozengeur en maneschijn. Ik heb bijvoorbeeld ook geleerd uit de 3-0 nederlaag tegen Lierse. Lierse pakte toen uit met twee spitsen en een ruit erachter. We filmden die training omdat je anders moet doordekken. We hebben met drie achterin gespeeld, vier ervoor en drie spitsen. De afspraak was dat de rechtsback inzakte en de andere kant naar binnen kwam. Dat liep een uur schitterend, maar toen viel Euvrard uit en alles viel in duigen. Die invaller was niet goed voorbereid omdat we misschien teveel met de basiself hebben getraind en te weinig met de jongens die er net naast vielen. Ik leer nog iedere dag bij. De spelers leren van mij en ik van hen.

We zullen dit seizoen wat lager moeten spelen, we rekenen op meer ruimte in de rug van de tegenstander.Toen STVV in eerste speelde, was dat ook het geval, maar toen beschikte St-Truiden over flanken, een spits en een nummer 10 die telkens in de bal kwamen. Dan heb je een probleem. Daarom heb je mensen nodig die erover heen kunnen gaan. Een tegenaanval is een moordwapen. In het huidige voetbal moet je in de omschakeling in 3-4 passes in de vijandige 16m zijn".

(Photonews, FIRST TRAINING STVV 2009-2010)

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.