Keepers op training Deel 3: hoe integreer je ze in het collectief?

Tim Janssens
  •  Dinsdag 17 juni 2014 om 12:53   •  April 2012

Na jarenlang bestempeld te worden als 'een buitenbeentje', wordt een keeper tegenwoordig eindelijk beschouwd als een fundamenteel onderdeel van een goed draaiende voetbalploeg. Jammer genoeg blijkt dit op training nog dikwijls veel te weinig: al te vaak wordt de nummer één buiten het 'voetballende' gedeelte gehouden en fungeert hij of zij als schietschijf voor het aanvallend geweld. Kenners weten inmiddels wel beter: keepers die zowel op als naast het veld buiten de ploeg staan, zullen minder goed functioneren. Het is dan ook erg belangrijk om ze op een intelligente manier te integreren in de collectieve oefenvormen en de algemene 'teamgeest'.

Hoe je dit het best aanpakt, vernemen we voor een derde en laatste keer van Anne Noë (ex-doelvrouw en -bondscoach van de nationale vrouwenploeg), Gilbert Roex (keeperstrainer van de jeugd van KRC Genk en Genkse topsportschool) en Patrick Creemers (keeperstrainer van de nationale U18, -19 en -20 en hulptrainer bij derdeklasser VV Bocholt).

EEN KEEPER KAN OOK VOETBALLEN

Dug-Out: "Keepers dienen, behalve individueel, ook mee te trainen met de rest van de ploeg. Is het een goed idee om ze op elke collectieve training aanwezig te laten zijn?"

Patrick Creemers: "Op elke training misschien niet, maar toch zoveel mogelijk. Ze maken deel uit van het team en moeten dus leren samenspelen met hun ploegmaats.

Bovendien zijn doordachte pas-, trap- en wedstrijdvormen een ideaal middel om hun keeperstechnieken en hun voetballende vaardigheden verder uit te bouwen. Ze hoeven trouwens niet per se vanaf het begin mee te trainen. Ik neem m'n keepers de eerste drie kwartier van een training apart en laat ze pas daarna aansluiten bij de groep. Het is immers erg belangrijk dat ze ook meer dan voldoende individuele trai-ningsvormen voorgeschoteld krijgen."

Dug-Out: "En wat met de clubs op lager niveau? Zij hebben vaak geen keeperstrainer ter beschikking…"

Anne Noë: "Clubs die geen beroep kunnen doen op een keeperstrainer zorgen er best voor dat hun keepers meteen geïntegreerd worden in de collectieve training. De trainingsruimte beperkt zich bij veel ploegen ook maar tot een half veld. De boodschap naar hen toe is dus de volgende: betrek je keepers zo snel mogelijk bij de groepstraining, en doe dit op een doordachte manier zodat ze hun vaardigheden, ondanks het gebrek aan individuele begeleiding, maximaal kunnen ontplooien."

(Photonews, Kristof Van Hout/KV Kortrijk)

(Photonews, Eiji Kawashima/SK Lierse)

Dug-Out: "Waar moeten trainers op letten als ze keepers met de rest van de groep laten meetrainen?"

Patrick Creemers: "Zoals we in de vorige Dug-Out al aanhaalden, is het van cruciaal belang dat je ook in de collectieve training oog hebt voor je keeper. Zorg ervoor dat je nummer één ook iets aan de training heeft, gebruik hem of haar niet alleen om bij de afwerkvormen in de weg te staan. Geef ze met andere woorden bepaalde richtlijnen in wedstrijdvormen (het spel op een functionele manier hervatten met een lange gerichte trap, actieve coaching van de verdediging, positiespel enz.), leer ze op een intelligente manier samenspelen met de rest van de ploeg en stop ze vooral niet weg op hun doellijn. Laat ze tussenkomen wanneer dit mogelijk is en laat ze hun offensieve taak goed uitvoeren. Trappen ze al eens een bal buiten, dan rol je een andere terug in het veld en je bent weer vertrokken. Keepers moeten hun vaardigheden kunnen ontwikkelen, ook op collectieve trainingen!"

Dug-Out: "Heeft het zin om een doelman te betrekken in meer 'voetballende oefeningen' zoals wedstrijdjes op balbezit?"

Gilbert Roex: "Absoluut! Een van de grootste misverstanden die er bij hoofdtrainers bestaat, is dat je keepers op training niet kan laten meevoetballen. Ze zouden zogezegd de andere spelers hinderen doordat ze voetbaltechnisch minder uit de voeten kunnen. En dikwijls ziet men er ook het nut niet van in: een doelman hoeft toch enkel maar te kunnen uitverdedigen en heeft toch geen baat bij oefeningen die zijn voetbaltechniek aanscherpen? Wel, niets is minder waar: een doelman moet wél kunnen voetballen! Als je doelmannen van jongs af aan met hun voeten laat werken, zal het uitverdedigen later oneindig veel beter verlopen en blijven ze rustig onder elke situatie. Hierdoor zullen ze bij de rest van het team betrouwbaar overkomen en zal de integratie in het team weer heel wat makkelijker verlopen."

"Keepers moeten hun vaardigheden kunnen ontwikkelen, ook op collectieve trainingen!" (Patrick Creemers)

Anne Noë: "Natuurlijk moet je keepers laten meevoetballen! Sterker nog: ik zou ze soms zelfs verplichten om eens als aanvaller te fungeren in de afwerkvormen. Als keeper moet je immers leren anticiperen op voorbereidende bewegingen van aanvallers.

Als je zelf ervaart hoe je jouw voet of jouw lichaam moet draaien om een bal in een bepaalde richting te trappen, zal je de gedragingen van opponenten nadien ook veel beter kunnen inschatten. Keepers die enkel reageren op het ogenblik dat de bal al vertrokken is, zijn in het moderne voetbal meestal te laat. Laat je keeper bovendien ook eens optreden als verdediger in een wedstrijdvorm, simpelweg opdat hij of zij zou ervaren wat een verdediger moet doen om een bepaalde bal te onderscheppen. Je keeper zal veel beter aanvoelen wanneer een verdediger al dan niet bij de bal kan, zal zijn positiespel daardoor veel gerichter kunnen aanpassen en zal dus beter kunnen anticiperen."

(Photonews, Bojan Jorgacevic/Club Brugge)

Gilbert Roex: "Ik vraag de veldtrainers regelmatig om m'n keepers op jongere leeftijd ook eens op een andere positie in het elftal te zetten, net omdat ze die voetbaltechniek ook onder de knie moeten krijgen. Hoe ouder ze worden, hoe minder dat in principe gebeurt, al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Als er om een of andere reden gedurende een match een tekort is aan bepaalde veldspelers, mag het geen probleem zijn om daar een keeper te plaatsen. Een goede opgeleide nummer één valt als veldspeler niet uit de toon omdat hij ook voetballend uit te voeten kan en alle pas- en trapvormen beheerst."

Anne Noë: "Inderdaad. Het verschil tussen een veldspeler en een goed opgeleide keeper op dezelfde positie is soms bijna niet te zien. Ik heb het wel eens meegemaakt dat professionele scouts tijdens een voetbalwedstrijd tussen twee topsportscholen een spits opmerkten. Nadien moesten we hen dan tot hun grote spijt gaan vertellen dat die spits eigenlijk onze keeper was. Dat zegt genoeg."

KEEPERS EN PLOEGTACTIEK

Dug-Out: "In hoeverre moeten trainers hun keepers betrekken bij de tactische besprekingen?"

Patrick Creemers: "Een keeper maakt deel uit van het team en moet zich dus net als elke andere speler houden aan de afgesproken tactiek. Zoals we al meermaals aangaven, hebben moderne keepers behalve een defensieve ook een belangrijke offensieve taak. Ze brengen dikwijls een snelle tegenaanval op gang en zijn dus ook een cruciale schakel in het uitvoeren van de offensieve tactiek. Op defensief vlak spelen ze dan weer een belangrijke rol door de positie van de verdediging bij te sturen via gerichte coaching. Een keeper heeft het hele veld voor zich en moet dus van zijn overzicht gebruik maken om te controleren of de tactische richtlijnen goed worden uitgevoerd. Om dit goed te kunnen doen, moeten ze natuurlijk wel weten wat er op offensief en defensief vlak met de veld-spelers afgesproken werd."

Anne Noë: "Inderdaad, en als keeperstrainer is het jouw taak om de tactische visie van de hoofdtrainer te vertalen naar concrete richtlijnen voor je keepers. Het maakt voor een keeper een groot verschil of er bijvoorbeeld individueel of in zone verdedigd wordt. De kwaliteiten van de keeper spelen ook een rol bij het bepalen van de hoogte van de verdedigende lijn. Wijs je nummer één op de consequenties van een bepaalde tactiek en leer hem of haar wat ze in bepaalde situaties het best kunnen doen."

Patrick Creemers: "Het is bovendien een goed idee om ze actief te laten deelnemen aan de tactische bespreking. Vraag ze wat zij vinden van de tactiek en laat hen dat argumenteren. Op die manier ontwikkelen ze hun tactisch inzicht en kan je hen laten inzien waarom je als trainer voor een bepaalde tactiek hebt gekozen."

Gilbert Roex: "Wat daarbij ook kan helpen, is dat je samen met hen een aantal concrete wedstrijdsituaties analyseert. Laat ze zelf op een eerlijke manier vertellen hoe zij een specifieke situatie hebben ervaren en hoe ze op dat moment misschien in de fout zijn gegaan. Zowel op technisch als tactisch vlak kunnen ze daar veel uit leren."

Dug-Out: "Geldt dit ook voor jonge keepertjes? Vanaf wanneer moet je hen beginnen wijzen op het belang van tactiek?"

Gilbert Roex: "Vanaf het prille begin! Maar hierbij is het, net zoals bij het aanleren van de verschillende keeperstechnieken, erg belangrijk dat je rekening houdt met hun mogelijkheden op dat vlak.

Verlang van hen geen tactische zaken als ze die op hun leeftijd nog niet kunnen uitvoeren. Achtjarige keepertjes zijn bijvoorbeeld nog niet in staat om de positie van hun verdedigers bij te sturen. Als ze hen vertellen waar ze bij een hoekschop moeten gaan staan, ben ik al heel tevreden. Goed opbouwen is dus ook hier de boodschap. Een tienjarige kan je al voorzichtig de twee centrale verdedigers laten coachen, een twaalfjarige kan je al leren om zijn flankverdedigers naar binnen te laten knijpen enz."

"Een van de grootste misverstanden die er bij hoofdtrainers heerst, is dat je keepers op training niet kan laten meevoetballen." (Gilbert Roex)

Patrick Creemers: "Het is voor jongeren inderdaad niet eenvoudig om behalve met hun wedstrijd ook nog eens bezig te zijn met andermans taak en positie. Als je dan spreekt over het naar binnen laten knijpen van je flankverdedigers, moet je bijvoorbeeld al rekening gaan houden met 'split vision'. In het begin is dat toch echt wel wennen. Het is ook zo dat twee tienjarige kinderen niet per se dezelfde tactische belasting aankunnen. De ene heeft het sneller beet dan de andere, en als keeperstrainer moet je al heel wat 'feeling' en ervaring hebben om hier te kunnen op inspelen."

Anne Noë: "Wat ze qua tactische richtlijnen aankunnen, heeft behalve met hun mentale rijpheid ook te maken met hun ontwikkeling op technisch vlak: hoe meer vaardigheden ze onder de knie hebben, hoe meer ruimte er is om als keeper een paar stappen vooruit te gaan denken.

Jongeren die een terugspeelbal krijgen zijn eerder bezig met de bots van de bal en de manier waarop ze hem zo goed mogelijk kunnen controleren of wegtrappen, terwijl volwassen keepers met een goede techniek hun verdedigers al kunnen coachen voor de daaropvolgende opbouw vooraleer ze de bal effectief controleren."

Patrick Creemers: "Aan de mate waarop keepers hun verdediging coachen, kan je aflezen hoe ze zich voelen. Als ze even minder zelfvertrouwen hebben, zullen ze zich veel meer moeten concentreren op zichzelf en gaan ze de anderen veel minder kunnen en durven bijsturen."

MENTALE ONDERSTEUNING

Dug-Out: "In de jongste categorieën ga je als trainer aan de slag met een hoop spelertjes en dien je na verloop van tijd te bepalen wie de keepers zullen worden. Welke parameters geven daarbij de doorslag?

" Anne Noë: "Als trainer beslis je niet wie keeper wordt, het zijn de kinderen die daarvoor kiezen."

Patrick Creemers: "De motivatie van de kinderen is inderdaad het belangrijkste criteria. Van een vaste keeper is er in het begin eigenlijk nog geen sprake, het komt erop aan om veel te roteren. Als keeperstrainer ga je na verloop van tijd automatisch meer oog hebben voor diegenen die het graag doen en ga je kijken of ze talent hebben voor het keepersvak (verschillende soorten coördinatie, goede reflexen, voldoende balgevoel enz.). Het is de combinatie van plezier en talent die bepaalt welke kinderen je gaat uitnodigen voor de individuele keeperstraining. Het is immers daar dat ze de echte keeperstechnieken aangeleerd krijgen. Wedstrijden zijn op dat moment bijkomstig, want over een hele match bekeken moeten ze misschien maar vijf ballen pakken. Ze moeten met andere woorden niet in elke wedstrijd in doel te staan om een toekomstig doelman te worden. Het is trouwens een goed idee om je keepers regelmatig in te schakelen als veldspeler, zodat ze inzicht krijgen in het spel en leren meevoetballen."

Gilbert Roex: "Bij de zeven- en achtjarigen van Genk hanteer ik hetzelfde systeem, al ben ik er wel van afgestapt om iedereen in doel te zetten. Het heeft geen zin om kinderen te laten keepen terwijl ze dat eigenlijk niet willen. Zij die in doel willen staan, worden elk jaar een beetje meer keeper. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze de echte knepen van het keepersvak aangeleerd krijgen."

Dug-Out: "De keeper bekleedt een aparte positie binnen het elftal. Vertaalt zich dat ook in de manier waarop men binnen het team met hem of haar omgaat? Moet je hier als keeperstrainer ook aandacht aan besteden?"

Patrick Creemers: "Zeker weten. Het is van cruciaal belang dat een keeper zich goed voelt binnen een ploeg. Het verschil tussen een goede en een erg goede keeper schuilt in feite vooral in de mentale sterkte van deze laatste. Als nummer één moet je echt tegen een stootje kunnen, want je wordt dikwijls meteen geconfronteerd met de gevolgen van je daden.

Eén klein foutje staat meestal gelijk aan een tegengoal. Het is niet eerlijk, zeker niet als je bekijkt hoeveel verdedigers er tijdens een match bijvoorbeeld onder een bal doorgaan, maar het begrip voor een foutje van de keeper is helaas niet groot."

Anne Noë: "Je staat als keeper altijd alleen, want achter jou staat er niemand meer die je steek nog kan oprapen. Je staat steeds heel ver van de plaats waar er gevierd wordt, terwijl er in je eigen doelgebied bij tegengoals enkel maar ontgoocheling heerst. De mannen of vrouwen in doel die al iets meer ervaring hebben, zijn dit gewoon. Maar kleine keepertjes hebben het hier vaak veel moeilijker mee."

(Photonews, Laszlo Koteles/KRC Genk)

Dug-Out: "Hoe buig je dit om? Hoe integreer je keepers ook op 'menselijk' vlak in het team?"

Patrick Creemers: "Een moderne keeperstrainer moet zijn keepers ook mentaal begeleiden. Zelfvertrouwen, concentratie, doorzettingsvermogen en lef zijn daarbij de belangrijkste parameters. Het is aan ons om hun emotionele stabiliteit te verhogen en hen te wapenen tegen interne (de druk die ze zichzelf opleggen) en externe stressfactoren (de druk die hen door anderen wordt opgelegd). Je keepers moeten, ondanks de concurrentiestrijd voor dat plaatsje in doel, een hecht team vormen en elkaar ondersteunen wanneer het nodig is."

Gilbert Roex: "Wil je ze voeling laten krijgen met de rest van de groep, dan moet je ze geregeld laten meetrainen. Hou vooral indachtig dat een keeper een ploegspeler is die wel eens individueel moet trainen, en geen individu dat na zijn eigen training aansluit bij de groep. Voorts zit het 'm in kleine dingen.

Ik verplicht mijn keepers bijvoorbeeld om mee te gaan vieren bij een doelpunt. Het kan misschien onbelangrijk lijken, maar voor het functioneren van een keeper binnen een ploeg is dit volgens mij van groot belang. Als lid van het team horen ze de goede momenten toch ook ten volle mee te beleven?"

VIJF GOUDEN TIPS OM EEN KEEPER IN HET COLLECTIEF TE INTEGREREN

  1. Laat je keepers geregeld meetrainen met de rest van de ploeg, zodat ze hun ploegmaats leren kennen. Gebruik je doelman in functie van zijn of haar vaardigheden, en niet enkel in functie van de veldspelers.
  2. Laat je keepers actief deelnemen aan de pas-, trap- en wedstrijdvormen. Het is in deze oefeningen dat ze hun keeperstechnieken en voetballende vaardigheden verder aanscherpen.
  3. Durf ze bovendien ook inschakelen in de meer 'voetballende' oefeningen zoals wedstrijdjes op balbezit. Een keeper die goed uit de voeten kan, zal beter uitverdedigen en betrouwbaarder overkomen.
  4. Betrek je nummer één bij de tactische besprekingen. Door op een bepaalde manier een nieuwe aanval te lanceren en de positie van de verdediging voortdurend bij te sturen, vertaalt hij of zij de tactische richtlijnen naar de eigenlijke manier van spelen.
  5. Heb aandacht voor de mentale conditie van je doelman. Wapen hen tegen de druk van medespelers, supporters en andere betrokkenen door de zaken steeds op een positieve en constructieve manier te benaderen.

"Als keeperstrainer moet je hen wapenen tegen deze druk vanuit de groep, zeker bij de jongens. Haantjesgedrag durft daar wel eens een rol spelen, terwijl meisjes over het algemeen toch iets vergevingsgezinder zijn. Vorm een hechte groep."

Oefenstof, Opbouw keeper met voeten na terugspeelbal, met handen na balrecuperatie Patrick Creemers

Cat.: senioren, duur: 90', aantal: 16 + 2K, materiaal: 2 doelen, ballen, 8 kegels, overgooiers, 10 potjes , 4 stokken

Richtlijnen:

  1. goede controle""balaanname: verste voet en andere voet doorspelen CO: controle - aanname
  2. juiste verzorgde passing of uitworp, slingerworp over hoofd of bowlingpas CO: verzorgen
  3. maak juiste keuze: 1° andere zijde kort (2 of 5), 2° lang (7 of 11), 3° lang op diepe spits CO: keuze
  4. goede, snelle opbouw bij spelhervatting onder druk CO: opbouw
  5. coach de verdedigers en balvragers CO: coaching

Laat verdediging eerst aansluiten = ruimte maken en daarna afhaken

OPWARMING (15')

Beschrijving:

Org : 2 zones van 20x17m.

Deel 1 (5')

A inspelen B, kaats, inspelen C, C meenemen en inspelen keeper

Controle, doordraaien en inspelen D, dribbelend aansluiten bij A, A w B w C w D doordraaien

C doet opw ABC tot pos D

Deel 2 lateralisatie (linksom)

Deel 3 (pos C valt weg )

A trapt bal in handen van keeper

Intensiteit stelselmatig opdrijven

In deel 3 snelheid opdrijven

Fysieke parameters:

duur: 3x5'

Coaching:

1, 2, 5

TUSSENVORM 1 (16')

Beschrijving:

Org.:1/2 speelveld - 16m.

Vrije zone voor de keepers L en R (10m.)

Speelveld verdeeld in zone A en zone B

Spelers mogen over ganse speelveld bewegen

K1 en K2 spelen met ploeg in BB

Opdracht is al voetballend zoveel mogelijk van K naar K te spelen

Voor K1, indien de bal uit zone A wordt aangespeeld, verwerken met de voet

(= terugspeelbal) kort of lang

Indien de bal uit zone B wordt aangespeeld, de bal verwerken met handen (= balrecuperatie ) kort of lang, voor K2 andersom

Fysieke parameters:

duur: 2x8', KTr coacht afwisselend

Coaching:

1, 2, 3, 5

 

WEDSTRIJDVORM 1 (16')

Beschrijving:

Org : 1/2 speelveld + 16m. (afbakenen)

Doortrekken beide 16m-gebieden als zijlijn

K + 8 / 8 + K, opstelling: 1-3-2-3 / 1-3-2-3

K1 en K2 spelen mee met de ploeg in BB

= verwerken terugspeelbal

Bij balrecuperatie van de andere ploeg mag deze score bij beide keepers

Hierna bouwt keeper op dmv handen

Spel hervat steeds bij de keeper, ook bij uitbal

Fysieke parameters:

duur: 2x8', K wisselt van doel (bij KTr)

Coaching:

1, 2, 3, 4, 5

TUSSENVORM 2 (15')

Beschrijving:

Org : 2 vierkanten van 16x16m.

Op drie zijden staat een kaatser, 1 daarvan is de

keeper, 4de zijde vrij

In vierkant spelen we 3 tegen 3 (BB dus 6 tegen 3)

De beide zijkanten vragen de bal van de keeper zoals 2 en 5 in wedstrijd, 2 andere spelers lopen diep vrij zoals 6 en 8 (7 en 11) in wedstrijd.

Fysieke parameters:

duur: 3', herh.: 4, rust: 1' (wisselen van kaatser, K blijft), K Tr wisselt van groep

Coaching:

1, 2, 3, 4

WEDSTRIJDVORM 2 (20')

Beschrijving:

Org.: 1/2 speelveld + 16m. (afbakenen)

K + 8 / 8 + K, opstelling: 1-4-1-3 / 1-3-2-3

K1 start telkens het spel op (ook uitbal) Vrij spel

K1 zoekt in volgorde de juiste opbouw:

kort L of R (afhakende 2 of 5)

lang L of R (afhakende 7 of 11)

lang diep op spits (9)

Geen risico in opbouw

Fysieke parameters:

duur: 20' (2x10')

K wisselt van doel (bij KTr)

Coaching:

1, 2, 3, 4, 5

COOLING DOWN (5')

Beschrijving:

Org : 16m.

Ieder team trapt 1 penalty op de keeper van de tegenpartij

Wie scoort meest ?

Leermoment

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.