"Het voetbal in de wereld staat niet meer stil!"

Tom Boudeweel, sportjournalist
  •  Vrijdag 13 juni 2014 om 16:51   •  April 2012   •  Standpunt

René Desaeyere lonkt opnieuw naar het buitenland

Sommige trainers dromen er van om eens in het buitenland aan de slag te gaan. Om een andere voetbalcultuur op te snuiven. Wel, René Desaeyere heeft die droom waar gemaakt. De 64-jari-ge Antwerpenaar werkte als hoofdcoach in Zuid-Korea, in Japan en tot vorig jaar in Thailand. "Ik zou graag nog een club leiden in China. Dat lijkt me opnieuw een schitterende uitdaging." Een verhaal over communicatie, regels en gewoontes, Europees voetbal en vele liters zweet.

(Photonews, René Desaeyere, 2009, Lierse vs Genk)

René Desaeyere: "Het eerste jaar met Muangthong United hebben we de landstitel gepakt in Thailand, goede resultaten behaald ook in de Asian Champions League. Ik werd bovendien verkozen tot coach van het jaar. Maar in het tussenseizoen wilde de voorzitter zich meer bemoeien met het sportieve en dat kon ik niet toestaan. Daarom hebben ze me geplaatst bij de zusterclub, om me daar meer bezig te houden met de opleiding van de jonge spelers. De club heeft echt wel goede ideeën om verder door te groeien. Op vijf jaar tijd klom Muangthong uit de derde klasse, recht naar de landstitel. Mede dankzij een nieuw stadion met meer dan 25.000 zitjes met skyboxen, loges, een overdekt kunstgrasveld, een zwembad ernaast, een grote fitnesszaal, appartementen voor de spelers en een knappe academie voor de jongeren.

Onwaarschijnlijk wat die club de laatste jaren heeft gerealiseerd. Met dank aan de rijke voorzitter, een mediamagnaat à la Berlusconi die 90% van de sportbladen en een televisiezender bezit. Hij creëerde ideale werkomstandigheden. Ook in Japan en Zuid-Korea destijds, mocht ik zeker niet klagen. Binnenkort wordt er dicht bij het nieuwe stadion van Muangthong een oefenveld aangelegd, met maximale afme- tingen. Geen alledaagse opdracht in een drukbevolkte grootstad als Bangkok."

JEAN-MARC GUILLOU

René Desaeyere: "Het niveau van het voetbal in Thailand stijgt. Het land heeft nu ook de tv-rechten ontdekt. Alle wedstrijden komen vanaf dit seizoen op televisie. De grote firma's steunen de teams die zo professioneler kunnen werken met voltijdse profs.

Muangthong eindigde vorig seizoen pas op de derde plaats, plus geen beker, geen eindronde, geen Asian Champions League. Robert Procureur, een andere Belg, zit daar nog altijd, maar ook hij gaat de club nu verlaten. Robert zette de trein van Muangthong mee op de sporen door zijn connecties met Jean-Marc Guillou, in België ook wel gekend als sterke man van het Ivoriaanse SK Beveren. Destijds in de derde klasse haalde Procureur Afrikanen naar Thailand. Hij leidde hen op en probeerde de meest talentvolle door te verkopen naar Europa. Zoals Yaya Soumahoro naar AA Gent. Dat bleek wel een succesformule. De combinatie van goede Thaïse spelers, met beloften uit Ivoorkust, wierp meteen vruchten af, want de club promoveerde van derde naar tweede, van tweede naar eerste en werd daarna meteen landskampioen. Vorig seizoen vlotte het allemaal wat minder.

(Photonews, 2003, Antwerp vs Germinal Beerschot)

In Thailand mag je tien buitenlanders in de kern opnemen, vijf van hen mogen effectief op het veld staan. De andere teams doen ook een beroep op Afrikanen, op Russen, ex-Joegosla-ven natuurlijk. Nederlanders of Duitsers (nog) niet. Het voordeel is dat ze de Afrikanen niet zoveel moeten betalen als in Europa. Anderzijds is het voor de Afrikanen de ideale opstap, want het competitieniveau is nog niet zo hoog.

Ik maakte de beginjaren mee van het Thaïse voetbal. Tot voor kort volgde iedereen gewoon de Premier League. De Thai lopen op straat met truitjes van Manchester United, Arsenal en andere Engelse clubs. De eigen competitie stelde niets voor. Nu werkt Wilfried Schäfer in de plaatselijke liga, de nationale ploeg heeft gewonnen tegen Oman, twee keer met slechts 1-0 verloren tegen Australië. De populariteit van het voetbal is op korte tijd enorm toegenomen. En ook het niveau stijgt nog voortdurend. Je moet het maar eens vragen aan Michel Louwagie en zijn scouts. Zij kwamen een paar keer langs. Niet vergeten: het is er 35 graden, met een hoge vochtigheidsgraad en we hanteerden toch een snelle balcirculatie. Want je mag dat echt niet onderschatten, er hangt echt weinig zuurstof in de lucht.

We hebben met Muangthong echt goed voetbal gespeeld. Thaïse voetballers zijn technisch heel vaardig, maar door hun kleinere lichaamsgestalte ondervinden ze toch wat nadelen. Topmatchen haalden een prima niveau. De invloed van de buitenlanders blijft wel dominant. Je mag niet vergeten dat het voetbal slechts een jaar of vijf opleeft. De echte voetbalcultuur bestaat daar niet. Nog niet. Ondertussen verschijnen her en der jeugdacademies. Om zes uur 's morgens, voor de schooluren, zie je kinderen van twaalf jaar anderhalf uur trainen op techniek, op hun blote voeten zoals bij Guillou. En 's avonds na school nog eens. Zes dagen in de week. Ongelooflijk hoeveel vooruitgang die jongens maken op zes maanden.

En de eerste 'producten' van die academies beginnen stilaan door te dringen in de A-kernen van de teams. Die jongens, zoals onze linksback destijds, kregen een goede opleiding en kunnen nu mee het niveau opkrikken. De vraag is wel of de grote firma's zullen blijven investeren in het voetbal, want voorlopig brengt het nog niets op. Maar op zich is Thailand een enorme markt om reclame te maken. En het voetbal is momenteel de ideale drager."

MEERWAARDE

René Desaeyere: "Iedereen verklaarde me gek toen ik zo'n tien jaar geleden trainer werd in Korea. Sommigen vroegen zich af of er ginder wel degelijk werd gevoetbald. Daarna verhuisde ik naar Japan en ik kreeg dezelfde opmerkingen. Maar onze nationale ploeg heeft het tegen beide landen toch bijzonder moeilijk gehad in de onderlinge confrontaties. Ik zeg niet dat de Rode Duivels zouden verliezen tegen Thailand, maar met Muangthong United hebben we de Azië Cup gespeeld, tegen ploegen uit de Malediven, Indonesië en Hong Kong. Het voetbal in de wereld staat niet meer stil!

Op dat punt moeten wij in België voorzichtig zijn. Wij kunnen ons moeilijk voorstellen hoe het voetbal daar evolueert. Gunter Schepens en Erwin Van den Daele, de scouts van AA Gent, waren verrast door de werkomstandigheden daar.

Anderzijds vind ik het een probleem wanneer de Thaïse trainers allemaal van dezelfde school komen. Dat ze allemaal op dezelfde manier denken. Zij geven absoluut geen slechte trainingen, maar ze gebruiken allemaal hetzelfde stramien. Geen slecht woord over de oefeningen. De realiteit is dat ze niet zien wat er fout loopt op het veld. Ze kunnen niet corrigeren tijdens de oefenvorm.

OK, we hebben het hier over details, maar daar komt het uiteindelijk wel op aan in een competitiewedstrijd: de timing van het vrijlopen, de timing van het inspelen. Daarom vind ik het zeker niet verkeerd dat momenteel de helft van de zestien ploegen in de hoogste klasse een buitenlandse trainer heeft.

Buitenlandse trainers kunnen zeker een meerwaarde betekenen in de groei van het Thaïs voetbal. Dankzij hun knowhow en hun andere kijk op het spel.

Ik denk dat ik ook een klein steentje heb bijgedragen in de vorm van tactische trainingen. Ons team blonk uit in snelheid van uitvoering en het functioneren als ploeg, een blok vormen. In het begin zag je slechts twee spelers in beweging in balbezit. De rest stond maar wat te kijken.

Vergelijk het met een computerspelletje: wanneer de bal in hun buurt kwam, pas dan deden ze mee. Voor een balcontrole moesten ze ook telkens naar beneden kijken. Dan weer naar boven om een vrije ploegmaat te zoeken en uiteindelijk opnieuw de blik naar beneden om de pass te geven. Deze actie duurde veel te lang.

Op de trainingen moesten we dus de handelingssnelheid opdrijven. Op een korte tijd bovendien. In de voorbereiding. Wij speelden plots dominant ééntijdsvoetbal. Terwijl de rest twee passes gaf, geen oplossing meer vond en de bal dan maar naar voren stampte.

Op deze manier hebben we het kampioenschap gewonnen. Mijn manager kwam na drie maanden terug naar Thailand en hij dacht dat we allemaal nieuwe spelers hadden gehaald."

DERDE MAN

René Desaeyere: "Vooral het verrassingselement door het inspelen van de derde man heeft ons veel punten opgeleverd. Al moest ik hen eerst doen inzien dat wanneer A de bal inspeelt naar B, C al in beweging moet zijn.

Niet simpel wanneer deze technisch vaardige jongens telkens willen tonen hoe goed ze zelf kunnen voetballen. Vooral onder druk gingen ze dribbelen.

Dus opdracht één: ze moeten voetballen voor het team en niet voor zichzelf. Ze moeten ook voelen dat ze de bal zullen krijgen wanneer ze de inspanning doen. Een looplijn is misschien een groot woord, maar het is toch een soort automatisme. Een klik in hun hoofd wanneer en hoe ze moeten bewegen in bepaalde situaties. Dat vergt veel herhaling. Ook voor de vierde man die dan moet reageren.

(Photonews, 2003, training Antwerp)
(Photonews, 2002, Red Devils vs Costa Rica, Jan Peeters and René Desaeyere)

Tijdens de eerste trainingen kon ik nog makkelijk meevoetbal-len. Ik was -ondanks mijn leeftijd- zelfs één van de besten omdat de spelers op vele vlakken tekortschoten: het zicht op het voetbal, die vista om het spel te verleggen. Van een gerichte controle hadden ze nog nooit gehoord.

Opengedraaid staan om meteen de andere kant te kunnen aanspelen. Ik heb toen kleuren geïntroduceerd. Kregen ze de pass van geel, dan moest de bal naar blauw bijvoorbeeld. Je oefent eerst op de grote ruimte en dan verklein je de afstanden. Je probeert ook te variëren met de aantallen, teams met een mannetje meer of minder.

Je moedigt de 1-2 aan, maar na verloop van tijd moeten ze verplicht de derde man aanspelen. Wel, na drie maanden kon ik niet meer meedoen.

En de andere ploegen kwamen naar ons kijken, hoe we trainden op de combinaties. Zo hebben we denk ik maar één wedstrijd verloren, met een twijfelachtige rol voor de scheidsrechter erbovenop. Wij hadden op een bepaald moment een grote voorsprong op het vlak van voetbal.

Wij blonken ook uit in balbezit, want de meeste andere ploegen hanteerden gewoon de lange bal, ook al hebben ze nauwelijks grote jongens. Bovendien sloten de linies nooit aan, telkens een verloren bal dus. Er gaapte een grote kloof tussen verdediging en aanval. Een gat van tachtig meter niemandsland. Dan kan je niet kort voetballen.

Ik opteerde daarom vaak voor een oefenvorm van 5/5 met vier kleine doeltjes op de helft van het terrein. Met pressie. Elk team moest twee goaltjes verdedigen en mocht niet voor de doelen blijven hangen. Iedereen moest zelfs over de helft staan om te scoren.

Daardoor laat je wel een grote ruimte vrij in de rug, maar zo scherp je ook je verdedigende positie aan. Je hebt bij balverlies amper één seconde om te reageren. Duurt het langer, dan is de bal weg en heeft de speler ook een voorsprong die je niet meer kan inhalen.

Elke speler besefte op die manier ook dat iedereen zijn taak moet vervullen. Telkens weer. Ze voelden snel aan dat bij de minste individuele fout ook het team nadeel ondervond. Daarom begonnen ze elkaar te corrigeren. Zo ver moet je hen krijgen."

"JE BENT GEK"

René Desaeyere: "In Thailand opteerden de trainers meestal voor een 4-4-2. Wij kozen voor een 5-5: vier verdedigers met een defensieve middenvelder en vijf aanvallers. Ik pinde het offensieve compartiment niet vast op een bepaalde plaats. Thaïse voetballers willen van nature uit veel beweging. Bovendien vind ik een systeem met drie vaste pionnen vooraan te makkelijk te verdedigen. Er ontstaan meteen koppeltjes. Wij staken heel veel variatie in ons spel, onze aanvallers doken op vanuit verschillende hoeken. In balverlies schakelden vier van de vijf aanvallers terug. Die werden dan verdedigende middenvelders. Wie bleef er diep in de punt? Diegene die het diepst stond.

Het voetbal in Thailand stoelt op het technisch vermogen, het lopen en dribbelen met de bal, iedereen is in beweging. En bij balverlies bleef iedereen staan, het kopje naar beneden en de rug naar de bal. Dat kan natuurlijk niet. Ik eiste voortdurend een blokvorming. Niet alleen offensief, maar ook defensief. In het begin zag je vaak iemand die stond te slapen en plots ging die achter de tegenstander in balbezit hollen, tot aan de eigen doellijn. En dan keek hij me aan om te zeggen: "Kijk eens hoe goed ik heb verdedigd." Dan antwoordde ik: "Je bent gek. Als je je net ervoor vijf meter had verplaatst, dan was die gekke inspanning overbodig." Vooral de verdedigende opdrachten hebben we ontelbare keren moeten herhalen. Als je er als ploeg staat, kan je niet in de problemen komen. Pas als er één of twee spelers afhaken en de tegenstander gebruikt die ruimte, dan heb je het vlaggen.

De andere trainers probeerden echt alles om ons af te stoppen. Daarom hadden we het ook vaak moeilijk. We liepen niet over elke tegenstander heen. Je staat of valt met de individuele klasse van de spelers. En uiteindelijk hebben we ook regelmatig het verschil gemaakt op het einde van de wedstrijd, toen de tegenstander het niet meer kon belopen. De trainers van de andere ploegen kwamen ook kijken naar onze trainingen. Ik vond dat wel OK, ik heb geen geheimen."

AZIATISCHE MENTALITEIT

René Desaeyere: "Door mijn ervaringen in Japen en Korea was ik vertrouwd met de Aziatische mentaliteit. En van de drie landen is Thailand het makkelijkst om in te werken als westerling. Je komt er veel mensen tegen die Engels min of meer verstaan en spreken. Korea kreunde onder het militair regime. Wij woonden daar toen in een kazerne met allemaal kleine kamertjes, absoluut geen luxe. Vrienden geloofden niet dat we in zo'n omstandigheden moesten leven. Maar we trainden ook heel veel. Dat was echt serieus werken, want vijf uur per dag op het terrein was het minimum. Ik kon een appartement krijgen in het centrum van Seoul, maar dan moest ik door de files dagelijks twee uur met de auto rijden en daar had ik ook geen zin in. Ik zorgde er wel voor dat ik af en toe eens op hotel kon in Seoul, voor een dag of twee. Anders hou je het daar zo lang niet vol. Anderzijds waren we ook vaak onderweg, door de verre verplaatsingen. Het was een heel intensieve periode. Ik had bovendien een kern van 28 tot 30 spelers en een belof-tencompetitie bestond niet. Hou iedereen maar bezig dan.

(Photonews, 1999, Peru)
(Photonews, 1999, Japan, Prince Philippe from Belgium meets coach South Korea René Desaeyere)

Ik vergeet nooit mijn eerste training in Korea. Om de groep te beoordelen gaf ik onder andere een trapoefening: eerst een voorzet met rechts, dan eentje met links. Normaal gezien kan je dan de groep indelen op basis van een goede en een minder goede voet. Daar niet. Alle spelers waren perfect tweevoe-tig. Meer nog, niemand wist of hij van origine een links- of een rechtsvoetige was. De kinderen worden daar per sport opgeleid op school. Vanaf een jaar of zes worden ze in een sport geduwd. En als je op twaalf jaar niet perfect tweevoetig bent, dan moet je naar een andere sport. Ongelooflijk! Op die manier kan je iedereen wel op meerdere posities inzetten en het kwam bovendien goed uit voor mijn voetbalvisie. En hun beperkte lichaamslengte compenseerden ze met een fenomenale sprongkracht. Een droom voor elke trainer. Als de basis bij iedereen aanwezig is, kan je je louter concentreren op het tactische. Je wint dus enorm veel tijd.

In Korea verliep de relatie met de spelers aanvankelijk heel moeilijk. Rechtstreekse vragen bleven onbeantwoord. De spelers mochten toen niet spreken met de trainer, dat was hun baas. Ik geraakte niet door hun pantser. Tot ik hen eens heb uitgenodigd op restaurant. Ik had gehoord dat Koreaanse werknemers 's avonds altijd op stap gingen met hun baas. Na wat alcohol durven ze wel spreken tegen hun overste, want dan komen de tongen wat losser. Pas dan hoort de baas wat er leeft bij zijn werkvolk. De volgende ochtend zit je weer in dat strakke regime en niemand misbruikt ook de info van de avond voordien. Dat heb ik dus ook gedaan. En toen lag ik bijna buiten, want enkel mijn vertaler zat mee in de organisatie. Geen assistenten dus. In het restaurant zat iedereen aan dezelfde tafel, met wat sterke drank. Het werd een fantastische avond. Na een uur hingen ze allemaal rond mijn nek, de muur afgebroken. Van dan af verliep alles veel vlotter met de spelers.

Bij de vorige trainers mocht de groep soms een jaar niet naar huis. Die jongens straalden absoluut geen spelvreugde uit. Ik heb geprobeerd om dat terug te brengen. Toen ik hen twee dagen van de club stuurde, wist de president niet wat hij zag. Maar zo kreeg je weer wat sfeer in de ploeg. Als trainer moet je dus telkens weer je eigen accenten leggen, maar in het buitenland is het niet makkelijk om de club en de mensen te doorgronden. Daar moet je zo snel mogelijk de mentaliteit en de cultuur proberen te vatten. In Japan gaf ik na vier maanden training in de plaatselijke taal. Enkel woordjes he, geen volzinnen, en slecht uitgesproken waarschijnlijk. Ik had een groot bord opgehangen in mijn slaapkamer en daar schreef ik dagelijks de belangrijkste voetbalwoorden op. En zo leerde ik bij. Op die manier kreeg ik wat meer en beter contact met de spelers."

BUDDHA

René Desaeyere: "In dat soort landen hou je als trainer ook rekening met de plaatselijke godsdiensten. In Thailand bezochten de spelers voor de wedstrijd de tempel, soms twee of drie. Dat duurde nooit lang, maar je respecteert dat. Ook hun groet aan Buddha op hun knieën net voor de match. Korea was op dat vlak een goede leerschool. In Japan ging het er al wat losser aan toe, een minder strak regime en de spelers woonden thuis. Ik wou langer blijven in Japan. De resultaten vielen erg mee en toch eindigde het avontuur al na een jaar. Tijdens het seizoen hadden mijn drie assistenten alles genoteerd op training, op wedstrijden. Alles wat ik zei, de oefenvormen, de tactische besprekingen. En plots was ik overbodig. Jammer, want ik vond het er tof om te leven en mijn vrouw was er ook graag. Osaka is niet zo groot als Tokio en je kunt er normaal leven. In vergelijking met Seoul was het een rustoord.

Ook de weersomstandigheden kunnen jouw manier van werken beïnvloeden. De maanden maart, april, mei en zelfs juni kunnen je vermoorden in Thailand. Mensenlief. Die vochtigheid maakte je kapot. 80%. Zo'n twee uur in de zon zuigt je volledig leeg en ik had amper bewogen. Het water liep zo van je af. We probeerden de meest veeleisende periode overdag te vermijden door heel vroeg en/of heel laat te trainen. 's

Avonds planden we de training net voor zonsondergang, maar dat gaat daar heel snel. Dus je werkt sowieso nog een periode af in de hitte. We onderbraken de training regelmatig om te drinken en je kunt bovendien de concentratie in zo'n omstandigheden niet lang volhouden. De fysical coach heeft daar een belangrijke rol.

De fysieke opbouw kan je vergelijken met de conditie-opbouw hier. Het voetbalseizoen in Thailand duurt wel veel langer. De rustperiode is veel te kort vind ik. De competitie eindigde -mede door de overstromingen- tot 22 januari en op 8 februari begonnen de trainingen opnieuw. Maar ook daar zie je verregaande individualisering, met hartslagmeter als controlemiddel. Los daarvan vind ik dat je als trainer ook het gevoel moet laten meespelen. Het is vreemd dat Yaya Soumahoro bij mij alle wedstrijden speelde en deelnam aan alle trainingen, en nu bij AA Gent geraakt hij nauwelijks uit de ziekenboeg. En Gent traint toch ook medisch verantwoord, met de steun van de universiteit. Hoe komt dat dan?"

KLANKBORD

René Desaeyere: "De tactische bespreking duurde wel wat langer dan hier in België omdat je alles moet laten vertalen door een tolk. Bovendien heeft zo'n tolk geen voetbalopleiding. Het voetbaltechnische komt misschien wat minder over. Maar ik heb ook niet elke week een nieuw verhaal natuurlijk. Na een paar weken wisten de spelers wel wat ik bedoelde. En ik praatte heel veel individueel met de spelers. Zo kan je hen echt raken. Of de verdedigers bij elkaar, linie per linie. Dan kan je hen in de ogen kijken, dan zie je wel of ze het begrijpen.

Ik heb nooit zelf assistenten meegenomen. In Thailand waren dat brave mensen, maar als het slecht gaat, heb je daar toch meer last van, want zij hebben hun lijntjes bij het bestuur. Zij kunnen in hun eigen taal met de verantwoordelijken praten. Je weet ook niet wat er achter je rug wordt bekokstoofd. Je kunt hen dat ook niet kwalijk nemen. Hun job, zeg maar hun leven, hangt er van af. De kans om een eigen entourage mee te nemen, krijg je niet altijd. Daarom zou je ergens langer moeten blijven. Persoonlijk zou ik voorstellen om per drie maanden een nieuwe assistent te laten overkomen. Die persoon brengt iets nieuws in de groep, frisse ideeën, een andere blik op de groep en het voetbal.

(Photonews, 1995, Beveren)
(Photonews, 1992, Beerschot)

Ik raad iedere trainer aan om een buitenlands avontuur mee te pakken. Ook al duurt het slechts een maand of drie. Je leert jezelf beter kennen. Het maakt je sterker als trainer en als mens. Je zit er alleen, je moet zelf oplossingen bedenken. Je hebt geen echt klankbord, want even bellen naar iemand is niet hetzelfde. Vooral het begin is lastig omdat je dan het land, de mentaliteit en de cultuur zo snel mogelijk moet leren kennen. Ik had in Korea bijvoorbeeld twee centrale verdedigers, de ene -een halve libero- speelde beter in de dekking. Toen ik die samen opstelde, dan liep het altijd mis. Toen zei ik tegen de halve libero dat hij zijn 'voorstopper' beter moest sturen. Maar het lukte niet. Uiteindelijk bleek uit een individueel gesprek met de voorstopper dat hij het niet aanvaardde dat iemand die twee jaar jonger was hem coachte. Ik heb die kerel er moeten uitzetten, die pikte dat gewoon niet.

Het vak van voetbaltrainer is ondertussen veel veranderd. Je moet er voor open staan. Ook voor specialisten in je sportieve staf.

Zij laten je toe om je uitsluitend te concentreren op het voetbal. Vroeger moest je als trainer voor alles instaan: het fysieke, tactische, technische, het mentale. De toptrainer van nu had het nooit zo makkelijk. Je moet over al die zaken wel kunnen meepraten. Het exotische trekt me nog altijd aan, maar mocht er een aanbod komen uit België dan blijf ik zeker hier. Als hoofdtrainer, of als scout en beloftentrainer bij een goed gestructureerde club. Dat zie ik zeker zitten. Ik heb toch veel contacten in het buitenland."

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.